Nieuws
30
Milieulijst 2026 gepubliceerd
Met de MIA en de VAMIL wordt een fiscale stimulans gegeven aan investeringen in bedrijfsmiddelen die in het belang zijn van de bescherming van het Nederlandse milieu. Het gaat hierbij om niet-gangbare bedrijfsmiddelen waarvan de marktintroductie door de MIA en de VAMIL ondersteund wordt.
Voor de MIA is in 2026 een budget van € 135 miljoen beschikbaar, flink minder dan de voor 2025 beschikbare € 189 miljoen. Voor de VAMIL is in 2026 een budget van € 20 miljoen beschikbaar, precies even veel als in 2025.
De flinke budgetdaling bij de MIA komt vooral door de per 2025 doorgevoerde aanscherpingen in de Milieulijst en de daardoor voor 2025 verwachte onderuitputting van het MIA-budget. De per 2025 doorgevoerde aanscherpingen hebben volgens IenW het gewenste effect gehad en werken daarom ook door in de MIA-budgetraming voor 2026.
Wel is besloten dat een gedeelte van de verwachte onderuitputting van 2025 wordt ingezet om de budgetverlaging voor 2026 enigszins op te vangen. Daarnaast is er gezocht naar extra mogelijkheden om de budgetraming voor 2026 binnen het verlaagde budget te houden. De belangrijkste maatregelen hiervoor zijn dat:
- er vanuit de jaarlijkse herziening van de Milieulijst een aantal bedrijfsmiddelen vervallen of aangepast is, met een aanzienlijke budgettaire impact;
- het niet meer mogelijk is om de MIA en de VAMIL aan te vragen als er ook gebruik is gemaakt van de volgende regelingen:
- de Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel (SSEB), waarbij de SSEB geheel wordt uitgesloten en niet – zoals voorheen – alleen voor bouwvoertuigen; en
- de Subsidieregeling waterstof in mobiliteit (SWIM), onderdeel van de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit (TSZEM).
De Milieulijst 2026 is wederom ingedeeld in vijf hoofdstukken (1. Grondstoffen- en watergebruik, 2. Voedselvoorziening en landbouwproductie, 3. Mobiliteit, 4. Klimaat en lucht, 5. Gebouwde omgeving en klimaatadaptatie). Hieronder een kort overzicht van de wijzigingen in de Milieulijst 2026 ten opzichte van de Milieulijst 2025.
Vervallen bedrijfsmiddelen
Ten opzichte van 2025 zijn de volgende 27 bedrijfsmiddelen vervallen (Code Milieulijst 2025/Bedrijfsmiddel):
- F 1212 Reinigingsinstallatie op basis van laser;
- A 1281 Grondstofbesparend printsysteem voor ontinktbare inkt;
- F 1310 Herbruikbare uitvaartkist;
- F 1315 Apparatuur voor hergebruik van absorptiekorrels;
- F 1561 Verwerkingsapparatuur voor plastic zwerfafval;
- F 1570 Asfaltcentrale voor toepassen van ten minste 65% PAK-arm asfaltrecyclaat;
- A 2145 Installatie voor het ontzouten van drain(age)water in de glastuinbouw (aanpassing bestaande situatie);
- B 2209 Systeem voor mixen van drijfmest met luchtbellen (aanpassen bestaande situatie);
- B 2213 Autonome mestverzamelrobot;
- A 2218 Automatisch ruwvoermengsysteem of zelfrijdend autonoom ruwvoersysteem voor herkauwers;
- F 2317 Meerjarige kweektrays voor teelt in de open lucht (aanpassen bestaande situatie);
- B 2352 Mechanische onkruidtrekker, -knipper of -snijder;
- A 2353 Precisiezaaimachine met voorzieningen voor sojateelt;
- A 2354 Flexibel maaibord voor het oogsten van sojabonen;
- A 2360 Doseereenheid voor vloeibare meststoffen met gps-gestuurde afschakeling per rij;
- A 2375 Mulch-apparatuur;
- B 2391 Versnipperaar voor kunststofafval van een landbouwbedrijf;
- A 2630 Bevochtigingsapparatuur voor verse voedingsmiddelen in de horeca;
- E 2832 Druppelbevloeiingssysteem voor open teelten (aanpassen bestaande situatie);
- B 3332 Fouling release systeem voor een scheepshuid;
- G 3390 Walstroomaansluiting aan boord van een binnenschip;
- D 3395 Walstroominstallatie op de kade;
- D 3721 Oplaadpunt voor elektrisch aangedreven zware voertuigen en mobiele werktuigen;
- G 4520 Hermetisch gesloten magnetische koppeling;
- E 4681 Ozon- en uv-oxidatie-installatie voor luchtreiniging;
- D 5227 Verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International;
- E 5228 Zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International.
Nieuwe bedrijfsmiddelen
Ten opzichte van 2025 zijn de volgende 12 nieuwe bedrijfsmiddelen opgenomen (Code Milieulijst 2026/Bedrijfsmiddel):
- A 1222 Toiletreinigingssysteem op basis van ultrasone trillingen;
- D 1265 Herbruikbare afdekhoezen voor lading op pallets en rolcontainers;
- F 1703 Inzamelvoorziening voor verfresten en spoelwater;
- D 2132 UV-gewasbeschermingsinstallatie op een glastuinbouwbedrijf;
- F 2151 Installatie voor organische nitraatproductie op een glastuinbouwbedrijf;
- E 2207 Automatisch meetsysteem voor het continu meten van ammoniakemissie in een stal;
- B 2337 Luisdicht insectengaas voor pootaardappelen;
- D 2654 CO2 vervloeiingsinstallatie;
- E 3351 Elektrisch aangedreven maaiboot;
- E 3421 Mobiele reinigingsinstallatie voor rijplaten op een truckchassis;
- E 3422 Elektrisch aangedreven funderingsmachine;
- A 5151 Onkruidbestrijdingsmachine voor verhard oppervlak op basis van hoogspanning.
Aanpassingen hoofdstuk 1. Grondstoffen- en watergebruik
Bedrijfsmiddel F 1115 is op diverse punten aangepast en de naam is veranderd naar ‘Asfaltcentrale voor de productie van biobased asfalt (aanpassen bestaande situatie)’. Het bedrijfsmiddel komt in aanmerking voor alle biologische grondstoffen mits deze een bijproduct (reststroom) of afvalstroom zijn.
Aanpassingen hoofdstuk 2. Voedselvoorziening en landbouwproductie
Bedrijfsmiddel A 2135 is uitgebreid; ook installaties die de plantweerbaarheid in de open teelten verhogen komen, naast de installaties in de glastuinbouw, nu in aanmerking. Bij diverse bedrijfsmiddelen zijn autonome mobiele werktuigen uitgesloten.
Bij de bedrijfsmiddelen plaatsspecifieke bemestingsapparatuur (E 2322) en spuitmachine met detectiesensoren of camera’s voor plaatsspecifieke toediening (B 2324) worden de tanks, trekkende of dragende voertuigen uitgesloten. Alleen de apparatuur die nodig is om precisiebemesting of bespuiting uit te voeren komt nog maar in aanmerking.
Onderstaande bedrijfsmiddelen komen niet langer voor de VAMIL in aanmerking omdat bij deze technieken de marktintroductie voorbij is:
- Omgekeerde osmose-installatie voor het verwerken van spuiwater van een biologische luchtwasser (D 2205);
- Plaatsspecifieke bemestingsapparatuur (E 2322);
- Insectengaas voor de fruitteelt (E 2338);
- Productieapparatuur voor vlees-, vis- en zuivelvervangers (G 2700);
- Verwerkingsapparatuur voor insecten (G 2721);
- Verwerkingsapparatuur van laagwaardige plantaardige reststromen tot voedsel voor insectenkweek (G 2722);
- Ondergrondse waterberging (G 2810);
- Apparatuur voor verminderd gebruik van grondwater als gietwater in de glastuinbouw (aanpassing bestaande situatie) (D 2812);
- Regen- of spoelwateropslag voor het verdunnen van mest (D 2834).
Aanpassingen hoofdstuk 3. Mobiliteit
Onderstaande bedrijfsmiddelen komen niet langer voor de VAMIL in aanmerking omdat bij deze technieken de marktintroductie voorbij is:
- Elektrisch of waterstof aangedreven vrachtwagen (D 3116);
- Elektrisch of waterstof aangedreven truckmixer (G 3117);
- Elektrisch aangedreven bakfiets of cargobike (D 3119);
- Systeem voor het voorkomen of verwijderen van aangroei aan boord van een vaartuig (G 3333);
- Biologische waterzuiveringsinstallatie voor een vaartuig (E 3340);
- Oxidatiereactor voor waterreiniging aan boord van een vaartuig (aanpassen bestaande situatie) (E 3341);
- Waterzuiveringsinstallatie voor een pleziervaartuig (aanpassen bestaande situatie) (E 3342);
- Vuilwatertank voor een passagiersschip (aanpassen bestaande situatie) (E 3343);
- Vuilwaterinnamestation voor vaartuigen (D 3344).
De mogelijkheden voor elektrisch aangedreven bakfietsen (D 3119 en F 3120) zijn uitgebreid. Bakfietsen kunnen nu ook worden ingezet voor het vervoer van dieren. Bedrijfsmiddelen D 3116 (Elektrisch of waterstof aangedreven vrachtwagen) en G 3117 (Elektrisch of waterstof aangedreven truckmixer) zijn aangepast. Er zijn eisen voor de emissie van waterstofverbrandingsmotoren toegevoegd.
De mogelijkheden voor elektrisch aangedreven bussen (bedrijfsmiddel A 3108) zijn aangepast. Alleen T100 bussen (bussen die 100 kilometer per uur mogen rijden) komen nog in aanmerking. De elektrisch aangedreven stadsbus is gangbaar geworden en kan niet meer gestimuleerd worden met de MIA en de VAMIL.
Het maximaal in aanmerking komende investeringsbedrag (aftopping) bij de bedrijfsmiddelen voor elektrisch aangedreven werktuigen (E 3413 en E 3414) is verhoogd. Dit omdat samenloop tussen de SSEB en de MIA/VAMIL niet meer mogelijk is. Voor deze bedrijfsmiddelen is daarnaast een drempelbedrag van € 25.000 opgenomen.
De mogelijkheden voor oplaadkluizen (F 3211) zijn uitgebreid. Met ingang van 2026 vallen ook oplaadkluizen die worden gebruikt voor het opladen van accu’s onder de regeling. Het voordeel voor meetsystemen om aan boord van een tankschip gesloten metingen uit te voeren is verlaagd (B 3334).
Aanpassingen hoofdstuk 4. Klimaat en Lucht
Het aantal wijzigingen in dit hoofdstuk is gering. Er zijn her en der tekstuele wijzigingen doorgevoerd in verschillende bedrijfsmiddelen. Verder is fiscale steun voor selectieve katalytische reductie-installatie (SCR) nu ook mogelijk voor stookinstallaties met een thermisch vermogen van meer dan 50 megawatt (D 4315). Ook is naast aggregaten op biogas steun mogelijk voor aggregaten op biopropaan (F 4317) en is de wijze van drogen voor klimaatsystemen op basis van dauwpuntkoeling verruimd (E 4241).
Bedrijfsmiddel A 4210 (Hoogspanningsschakelsysteem of gasgeïsoleerde leiding met een laag GWP-isolatiegas) is aangepast. Alleen systemen voor het doorschakelen of transporteren van hoogspanning van ten minste 146 kilovolt komen in aanmerking.
Aanpassingen hoofdstuk 5. Gebouwde omgeving en klimaatadaptatie
Investeringen in het biodivers en klimaatrobuust inrichten van een bedrijfsterrein mogen voortaan gemeld worden voor de betreffende bedrijfsmiddelomschrijvingen in paragraaf 5.1 en 5.3, ook als dit terrein hoort bij een voor de MIA gemeld circulair gebouw of circulaire woning. Voor duurzame gebouwen volgens BREEAM of GPR blijft gelden dat de terreinkosten niet apart gemeld kunnen worden.
Om de afhandeling van aanvragen voor het vergroenen van bedrijfsterreinen voor zowel RVO als de aanvragers te vergemakkelijken, zijn er voor 2026 maximale bedragen per vierkante meter opgenomen in de omschrijving van bedrijfsmiddel A 5341.
Het klimaatrobuust inrichten van een terrein gaat soms hand in hand met het toepassen van kunststof materialen, zoals infiltratiekratten. Om de emissie van microplastics in het milieu te ontmoedigen, is alleen nog MIA-steun mogelijk voor plasticvrij vergroenen (A 5341). Het MIA-voordeel voor het opruimen van zwerfafval is uitgebreid: onder bedrijfsmiddel F 5121 komt voortaan ook het verzamelen en afvoeren van zwerfafval op het land in aanmerking.
Voor de circulaire gebouwen en woningen (G5200 en G 5202) richt de MIA zich op innovatieve circulaire gebouwstrategieën. Voor strategie 1c (losmaakbaarheid) ligt de focus op niet-traditionele bouw en daarom is deze eis voortaan gekoppeld aan de Losmaakbaarheidsindex (Li). Ook is de MPG-eis voor woningen aangepast: de hoogte van de MPG-eis wordt voortaan berekend aan de hand van het gebruiksoppervlak. Dit sluit aan bij de nieuwe MPG-eisen in de Omgevingsregeling en zorgt voor een gelijker speelveld, maar betreft geen verdere aanscherping van de eisen.
Voor alle gebouwen op de Milieulijst geldt dat BENG-berekeningen voortaan opgesteld moeten worden door een vakbekwaam EP-U/D adviseur, wat blijkt uit het Bewijs van Vakbekwaamheid EP-U/B (basis) of EP-U/D (detail). Voor alle BREEAM- en GPR-gebouwen met industriefunctie is het maximale bruto vloeroppervlak dat in aanmerking komt voor de MIA verhoogd van 5000 vierkante meter bvo naar 7000 vierkante meter bvo. Hiermee zou het duurzaam bouwen van een industriegebouw voor met name het MKB haalbaarder moeten zijn.
Uitgebreide toelichting
Kijk voor een uitgebreide toelichting op: https://www.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-40676.html
Contactgegevens
InnoFunding B.V.
Nieuwe Gracht 7
2011 NB Haarlem
Mail: info@innofunding.nl
