Nieuws

mei
28

NOW verruimd voor specifieke gevallen, plus aanvraagperiode verlengd

Er is opnieuw een wijziging van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) gepubliceerd. Dit is de derde wijziging van de NOW sinds de inwerkingtreding.

Overgang van onderneming
Ondernemingen die een (onderdeel van een) onderneming hebben overgenomen in 2019 of begin 2020 blijken in een aantal gevallen in beperktere mate gebruik te kunnen maken van de NOW. Er zijn enkele regels geïntroduceerd die toegepast kunnen worden om de vergelijking tussen omzet en loonsom in de referentieperiode en de omzet en loonsom in de periode waarin de tegemoetkoming op grond van de NOW ontvangen wordt meer representatief te maken indien zich in 2019 of begin 2020 (uiterlijk op 1 februari 2020) een overgang van onderneming heeft voorgedaan.

Bij aanvragers wordt (volgens de standaardregel) het omzetverlies in de gekozen driemaandsperiode in 2020 (maart-mei, april-juni of mei-juli) vergeleken met 25% van de jaaromzet van 2019. In veel gevallen zal in deze meetperiode toch enige omzet worden gerealiseerd met eventueel overgenomen bedrijfsactiviteiten, waardoor de relevante omzet voor deze aanvrager kan vertekenen in de meetperiode, hetgeen nadelig kan uitpakken voor een aanvrager. Deze problematiek zal worden gemitigeerd door een bepaling op te nemen, vergelijkbaar met de bepaling in de NOW voor startende ondernemingen. De nieuwe bepaling ziet op situaties van overgang van onderneming in 2019 tot en met 1 februari 2020.

De bepaling voor startende bedrijven is eveneens beperkt gewijzigd door de referentie-omzet te laten starten vanaf de eerste kalendermaand op de dag van de aanvang van de bedrijfsuitoefening, in plaats van de dag na aanvang van de bedrijfsuitoefening. Dit heeft tot gevolg dat ondernemingen die starten op 1 februari 2020 ook nog kunnen profiteren van deze alternatieve berekeningswijze voor de referentie-omzet. Een bedrijf moet wel uiterlijk op 1 februari 2020 zijn gestart, omdat er anders geen relevante refertemaand voor de omzet voorhanden is, die moet immers liggen voor maart (de eerste maand waarover NOW-tegemoetkoming ontvangen wordt). Die referentiemaand is vereist om (vermenigvuldigd met drie) af te kunnen zetten tegen de gekozen omzetperiode (maart-mei, april-juni of mei-juli) waarover de tegemoetkoming op grond van de NOW wordt ontvangen. Deze aanpassing is wenselijk, omdat de eerste van een kalendermaand vaak een logische datum is voor een overgang van onderneming.

Deze enigszins uitgebreide bepaling voor startende ondernemingen wordt nu ook op vergelijkbare wijze toegepast voor de situatie dat een onderneming een andere onderneming heeft overgenomen. De aanvrager van een NOW-subsidie kan (indien hij een overname heeft gedaan na 1 januari 2019, maar uiterlijk op 1 februari 2020) de kalendermaanden vanaf het moment van de overgang hanteren voor de omzetvergelijking, omgerekend naar de omzet over drie maanden. Op die manier wordt beter aangesloten bij de daadwerkelijke omzet(daling) van ondernemingen die betrokken zijn geweest bij een overgang van onderneming.

Een onderneming die te maken heeft gehad met overgang van onderneming zou, afhankelijk van het moment van overgang, eveneens benadeeld kunnen worden doordat de loonsom voor januari of november (de refertemaand voor de loonsom binnen de NOW) niet langer representatief meer is vanwege de overgang van onderneming. Deze problematiek rondom overgang van ondernemingen wordt eveneens gemitigeerd doordat in deze regeling wordt bepaald dat de hierboven genoemde mogelijkheid om een hogere loonsom in de maanden maart t/m mei gesubsidieerd te krijgen ook geldt indien een overname leidt tot een hogere loonsom voor de verkrijgende onderneming. Dan wordt de hieronder toegelichte regel toegepast dat de loonsom van maart t/m mei wordt gehanteerd voor de loonsombepaling, mits die loonsom in de periode maart t/m mei 2020 hoger is dan driemaal de loonsom van januari.

Loonsombepaling
Er is nu bepaald dat de loonsom van maart t/m mei gehanteerd kan worden bij de subsidievaststelling. Met deze wijziging wordt het mogelijk gemaakt dat een werkgever niet onnodig benadeeld wordt doordat zijn loonsom in de subsidieperiode (maart t/m mei) hoger is dan de loonsom in de referentiemaand (januari). Deze wijziging zorgt ervoor dat werkgevers de loonsom van maart t/m mei kunnen hanteren bij de subsidievaststelling, mits de loonsom in de periode maart t/m mei 2020 hoger is dan driemaal de loonsom van januari. In deze rekenmethode wordt de hoogte van de loonsom in de maanden april en mei altijd gemaximeerd op het niveau van maart.

De aanleiding voor deze aanvulling is dat sommige werkgevers een te lage, niet-representatieve loonsom in januari blijken te hebben ten opzichte van de subsidieperiode maart t/m mei. De hoogte van de compensatie voor loonkosten kan daardoor onvoldoende aansluiten bij de werkelijke loonkosten in de subsidieperiode om die effectief te kunnen compenseren. Door de voorgestelde aanpassing voorziet de regeling ook in adequate tegemoetkoming in de loonkosten indien de loonsom in de periode maart t/m mei hoger is dan in de referentiemaand januari maal drie. De voorgestelde alternatieve rekenmethode voor de loonsom geldt voor alle bedrijven die in de subsidieperiode (maart tot en met mei) een hogere loonsom hadden dan de loonsom in de referentiemaand januari maal drie. Het belang om de hoogte van de subsidie goed aan te laten sluiten op de werkelijke loonkosten in de subsidieperiode geldt immers in al deze gevallen.

De aanpassing wordt automatisch toegepast bij aanvragers voor wie dit voordelig uitpakt. Voor gevallen waar de eerdere berekening voordeliger is zal de eerdere berekening blijven gelden. De aanpassing geldt alleen voor de berekening van de subsidiehoogte bij vaststelling, na afloop van de subsidieperiode.

Extra periode salaris uit loonsom filteren
Geregeld wordt dat extra periode salaris uit de loonsom kan worden gefilterd tijdens zowel de referentieperiode als de subsidieperiode. Bij vormgeving van de NOW was de veronderstelling dat de maand januari in nagenoeg alle gevallen een representatieve loonsom zou genereren voor bedrijven. Sindsdien is gebleken dat een substantieel deel van werkgevers een extra salaris uitkeert in januari, betreffende een dertiende maand. De regeling wordt hierop aangepast om te voorkomen dat werkgevers enkel vanwege de betaling van een dertiende maand in januari een aanzienlijk deel van de NOW-subsidie moeten terugbetalen bij vaststelling. Het blijkt niet mogelijk om andere incidentele betalingen uit de loonsom te filteren zoals eenmalige bonussen. Daarvoor kan de loonsom dan ook niet worden geschoond.

Accountantsverklaring
Om zoveel mogelijk werkgevers vooraf helderheid te geven of een accountantsverklaring is vereist is bepaald dat bedrijven die een voorschot hebben ontvangen van € 100.000 of meer een accountantsverklaring moeten overleggen. Een voorschot van € 100.000 betreft immers in de meeste gevallen een subsidiebeschikking van € 125.000. Indien bij een voorschot lager dan € 100.000 naderhand blijkt dat de subsidie toch op een bedrag van € 125.000 of hoger zal worden vastgesteld, zal de werkgever verzocht worden om alsnog een accountantsverklaring in te leveren.

Verlenging aanvraagtijdvak
Aangezien er twee nieuwe mogelijkheden voor aanvragers van een tegemoetkoming op grond van de NOW zijn geïntroduceerd (de mogelijkheid om voor de berekening van de loonsom ook te kijken naar de maanden maart, april en mei én de mogelijkheid om bij een overgang van onderneming de omzet op een afwijkende manier te bepalen), kunnen werkgevers die in eerste instantie niet in aanmerking kwamen voor een tegemoetkoming mogelijk alsnog succesvol een aanvraag doen. Hierom wordt het aanvraagtijdvak voor de eerste tranche van de NOW langer opengesteld: tot en met 5 juni 2020 (was 31 mei 2020).

Terug naar overzicht