Nieuws

nov
25

Wijziging en openstellingen Spula, SPriLa en STour 2026

Het doel van deze regeling is het stimuleren van activiteiten gericht op investeringen in laad- en tankinfrastructuur en emissievrije voertuigen ten behoeve van de overstap naar emissievrije voertuigen, teneinde de emissie van CO2 en luchtverontreinigende stoffen te verminderen. De regeling bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Paragraaf 2.1 Waterstof in mobiliteit;
  • Paragraaf 2.2 Publieke laadinfrastructuur zwaar vervoer (Spula);
  • Paragraaf 2.3 Private laadinfrastructuur elektrische voertuigen (SPriLa);
  • Paragraaf 2.4 Emissieloze touringcars (STour).

De nu gepubliceerde wijziging heeft betrekking op paragraaf 2.2, paragraaf 2.3 en paragraaf 2.4. Ten eerste worden deze drie subsidieparagrafen in 2026 weer opengesteld voor subsidieaanvragen. Daarvoor worden met de wijziging de aanvraagperioden vastgesteld, alsmede het maximaal beschikbare budget per onderdeel. Verder worden enkele eisen aangescherpt dan wel versoepeld.

Paragraaf 2.2 Publieke laadinfrastructuur zwaar vervoer
Ervaringen uit de openstelling in 2025 hebben geleid tot het doorvoeren van enkele aanpassingen. Deze wijzigingen betreffen twee gedetailleerde aanpassingen van de aanvraagvereisten én de toevoeging van een nieuwe vermogenscategorie.

Nieuwe vermogenscategorie
Er is een nieuwe categorie laadstation toegevoegd. Het gaat om laadstations met een vermogen van 550 kW of meer. Het subsidiebedrag voor deze categorie is maximaal € 80.000.

Aanvraagvereisten
De aanvraagvereiste dat de aanvrager laat zien dat de laadlocatie ten tijde van de aanvraag al over een netaansluiting van minimaal 600 kVA beschikt, is vervallen. Concreet is de eis verlaagd naar een netaansluiting van ten minste 100 kVA. Met een dergelijke aansluiting kan bijvoorbeeld een batterij worden opgeladen zodat voertuigen ook kunnen laden als er langere tijd geen duurzame stroom beschikbaar is.

De aanvrager moet nu met een schriftelijke bevestiging van de netbeheerder onderbouwen dat er binnen twee jaar na subsidieverlening een netaansluiting van ten minste 100 kVa aanwezig is. Dit doet hij met een schriftelijke bevestiging van de netbeheerder die maximaal drie maanden oud is. Als er ten tijde van indiening van de aanvraag al wel een netaansluiting van minimaal 100 kVa aanwezig is, kan dat worden aangetoond met een recente factuur van de netbeheerder.

Aanvragen
Aanvragen kunnen in 2026 worden ingediend van 3 februari 2026 tot en met 18 december 2026. Voor deze openstelling is € 14,5 miljoen beschikbaar.

Paragraaf 2.3 Private laadinfrastructuur elektrische voertuigen
Ook voor deze paragraaf geldt dat ervaringen uit de openstelling in 2025 en ontwikkelingen op de markt geleid hebben geleid tot het doorvoeren van diverse aanpassingen.

Vervallen subsidiemogelijkheid advisering
Bij de openstellingen in 2024 en 2025 bleek er steeds minder animo te zijn voor de subsidie voor advies over de aanleg van private laadinfrastructuur. Sinds het ontwikkelen van de regeling is de capaciteit bij regionale adviseurs toegenomen. Deze adviseurs verschaffen doorgaans gratis een gericht advies over de aanleg van private laadinfrastructuur aan ondernemers. Vanwege deze ontwikkeling en het hierdoor steeds beperktere animo voor een gedeeltelijke subsidie over advieskosten, is de subsidiemogelijkheid voor advies geschrapt.

Vermogen en subsidiehoogte
In de regeling is vastgelegd dat de subsidiehoogte bij AC laadstations is gebaseerd op het vermogen aan het laadpunt, en bij DC laadstations op het totale vermogen van het laadstation. Bij de realisatie van AC laadstations wordt de aanvrager hierdoor gestimuleerd de meest efficiënte oplossing (in termen van aantallen laadpunten) te zoeken.

Bij DC laadstations was het beeld dat het totaal beschikbare vermogen werd verdeeld als er meerdere voertuigen tegelijk laden, en volledig beschikbaar was wanneer er één voertuig laadt. Intussen zijn er echter DC laadstations beschikbaar waarbij het vermogen niet volledig beschikbaar is wanneer er één voertuig laadt.

Stel dat een DC laadstation van 150 kW twee laadpunten heeft, dan wordt dit vermogen altijd verdeeld (2x 75 kW) als er twee voertuigen laden. Als er slechts één voertuig laadt, wordt echter ook maximaal 75 kW geleverd. Aangezien deze DC laadstations een vergelijkbare aanschafprijs hebben als de DC laadstations waarbij het vermogen wel volledig beschikbaar is wanneer er één voertuig laadt, is een artikel aangepast. Dit is terug te vinden in de gewijzigde tabel in bijlage 5 bij de regeling. Daar is de basis nu 'DC laadstation met een vermogen vanaf 150 kW of twee maal 75 kW' in plaats van 'DC laadstation met een vermogen vanaf 150 kW'.

In de tabel in bijlage 5 bij de regeling zijn op basis van praktijkervaringen van ondernemers ook twee categorieën toegevoegd: AC laadstation duopaal met een vermogen vanaf twee maal 43 kW, en DC laadstation met een vermogen vanaf 100 kW of 2 maal 50 kW. Deze aanpassingen zorgen ervoor dat de regeling zo goed mogelijk tegemoet komt aan specifieke groepen gebruikers met een eigen behoefte.

Daarnaast wordt de categorie 'DC laadstation met een vermogen vanaf 550 kW of 2 maal 275 kW' beschikbaar voor aanvragers. De markt voor zware voertuigen ontwikkelt zich snel. De huidige trucks die worden afgeleverd, kunnen met steeds hogere vermogens laden. Ondernemers hebben daarom de wens uitgesproken voor een hoger subsidiebedrag voor laadstations die hogere vermogens kunnen leveren.

Verder is de maximale subsidiehoogte van € 350.000 per aanvrager per kalenderjaar geschrapt. Dit omdat het budget hoger is dan in eerdere jaren, waardoor er geen reden is voor deze restrictie.

Tot slot zijn de subsidiebedragen voor de stationaire batterij verlaagd. Deze zijn nu gebaseerd op € 300 per kWh opslagcapaciteit (dit was € 350 per kWh). In de afgelopen periode is de prijs voor batterijopslag opnieuw gedaald als gevolg van het groter wordende productieaanbod. Het subsidiebedrag voor grote ondernemingen is nu (gebaseerd op 20% subsidie) maximaal € 60 per kWh. Voor mkb-ondernemingen is de subsidie maximaal € 85 per kWh.

Aanvraagperiode
Aanvragen kunnen in 2026 worden ingediend van 20 januari 2026 tot en met 18 december 2026. In totaal is er voor deze openstelling € 87,5 miljoen beschikbaar.

Paragraaf 2.4 Emissieloze touringcars
Aanvragen kunnen in 2026 worden ingediend van 10 februari 2026 tot en met 30 november 2026. In totaal is er voor deze openstelling € 12.290.000 beschikbaar, waarvan € 2.290.000 voor concessiehouders en € 10 miljoen voor andere ondernemingen.

Terug naar overzicht