Nieuws

okt
24

Flinke bezuinigingen op OCW-subsidies ingevuld

In het hoofdlijnenakkoord heeft het kabinet besloten tot een rijksbrede taakstelling op subsidies van structureel € 1 miljard. Voor het ministerie van OCW betreft het aandeel in de taakstelling € 75 miljoen in 2025 oplopend tot structureel € 361 miljoen vanaf 2029.

De invulling van de OCW-taakstelling voor het jaar 2025 is verwerkt in de ontwerpbegroting 2025 die op Prinsjesdag aan de Tweede Kamer is aangeboden. De concrete invulling voor 2026 en verder kondigen Bruins en Paul nu aan in hun brief. Met de gekozen maatregelen willen de bewindslieden ervoor zorgen dat de OCW-middelen zoveel mogelijk landen in de klas, ten gunste van studenten in het vervolgonderwijs en bij makers in de culturele en creatieve sector.

De bezuiniging is ingevuld aan de hand van drie uitgangspunten, namelijk: 1. Focus op maatschappelijke opgaven; 2. Focus op financiering van structurele aard; 3. Gerichte keuzes en vermindering van administratieve lasten. Door de invulling worden subsidieplafonds verlaagd en wordt een aantal grote en kleine subsidieregelingen in zijn geheel afgeschaft, waar onder het Regionaal investeringsfonds mbo (RIF). Daarbij is ook specifiek gekeken naar regelingen die niet bewezen of onvoldoende effectief zijn.

Focus op maatschappelijke opgaven
Bij de invulling van de subsidietaakstelling is er zoveel mogelijk voor gekozen om beleidsprioriteiten te ontzien. Er wordt daarom niet gekort op:

  • budget bestemd voor de curriculumherziening; op praktijkgericht onderwijs en sterk techniekonderwijs; de krimpaanpak en op bibliothekenbeleid;
  • de sectorplannen in het wetenschappelijk onderwijs;
  • budgetten die als doel hebben om het lerarentekort terug te dringen;
  • de werkagenda mbo en het stagepact mbo of andere budgetten bestemd voor leven lang ontwikkelen;
  • budgetten bestemd voor het bevorderen van sociale veiligheid;
  • de culturele basisinfrastructuur. De makers in de culturele en creatieve sector worden bovendien zoveel mogelijk ontzien;
  • de middelen die beschikbaar zijn voor (onderzoeks)journalistiek.

Er is bezien welke regelingen effectief en gericht bijdragen aan de OCW-beleidsdoelen. Voor het funderend onderwijs geldt dat de middelen voor het verbeteren van de basisvaardigheden en de middelen uit het onderwijsakkoord om te investeren in goede leraren, schoolleiders en ondersteunend personeel beschikbaar blijven.

Voor de mbo-sector is gekozen om in te blijven zetten op de Subsidieregeling versterking aansluiting beroepsonderwijskolom (SVAB) en de Subsidieregeling praktijkleren (PRAKTIJKLEREN). Dit gaat echter wel ten koste van het Regionaal investeringsfonds mbo (RIF). Het RIF is gestart in 2014 met als doel om de samenwerking tussen instellingen, de publieke sector en het bedrijfsleven te stimuleren. Het is volgens Bruins en Paul pijnlijk om deze regeling niet te verlengen na 2028. Desondanks vinden zij het gezien de looptijd van de regeling van dan veertien jaar redelijk om van het onderwijs en bedrijfsleven te verwachten dat deze samenwerking ook zonder deze subsidie verder wordt voortgezet.

Door prioriteit te geven aan de Subsidieregeling versterking aansluiting beroepsonderwijskolom kan bovendien ingezet blijven worden op het verbeteren van de aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt, omdat de regeling beoogt op te leiden voor tekortsectoren. Met een lager beschikbaar budget wil OCW deze regeling gericht in blijven zetten, zodat leerlingen en studenten in het beroepsonderwijs zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen en uitval kan worden voorkomen. Daarom zullen nadere keuzes worden gemaakt maken over de inzet van deze regeling. Hierover wordt de Tweede Kamer later geïnformeerd, zo schrijven Bruins en Paul.

Voor media geldt dat de middelen voor (onderzoeks)journalistiek vanaf 2026 structureel beschikbaar blijven. Hierdoor ontstaat wel de noodzaak om te korten op de stelselbekostiging van de publieke omroep. Voor de landelijke publieke omroep komt dit bovenop de specifieke korting uit het hoofdlijnenakkoord.

Focus op financiering van structurele aard
In het funderend onderwijs zijn de afgelopen jaren extra middelen bovenop de reguliere bekostiging vaak incidenteel verstrekt aan scholen. Dit maakt het lastig om beleid te maken wat gericht is op de lange termijn. In een eerdere Kamerbrief is daarom het uitgangspunt geformuleerd dat structurele taken ook structureel moeten worden bekostigd. Dit geeft het onderwijs de stabiliteit en duidelijkheid om voor de lange termijn aan de gestelde doelen te blijven werken. Daarom is bij het invullen van de subsidietaakstelling gekozen om de reguliere bekostiging zoveel mogelijk te ontzien. De subsidietaakstelling wordt met name ingevuld met aflopende of afgelopen subsidieregelingen.

Een aantal jaar geleden heeft binnen OCW een transitie plaatsgevonden in hoe het ministerie stuurt op het hbo en wo. Dit heeft ertoe geleid dat er nog slechts een beperkt aantal subsidieregelingen is voor deze sectoren en de sturing voornamelijk via de bekostiging plaatsvindt. In het mbo wordt meer gebruikgemaakt van subsidieregelingen. Er is daarom gekozen om voor de invulling van de taakstelling specifiek te korten op een aantal regelingen in het mbo. Hiermee komt ook in het mbo de nadruk van de financiering sterker te liggen op de structurele bekostiging.

Voor de cultuursector is ervoor gekozen om budgetten die beschikbaar zijn voor beleidsontwikkeling, bijvoorbeeld op het terrein van cultureel ondernemerschap en creatieve industrie, meerjarig te korten. Zo wordt het primaire proces zo veel mogelijk ontzien, zoals de bekostiging voor de culturele basisinfrastructuur. Op termijn worden er ook minder geoormerkte middelen beschikbaar gesteld voor inzet op cultuureducatie. Bij het uitwerken van een nieuwe regeling cultuureducatie vanaf 2029 zal worden bezien of verstrekking via de lumpsum van het primair onderwijs het meest logische instrument is. Daarnaast wordt het budget op de Woonhuisregeling vanaf 2029 verlaagd. Bezien wordt nog of de korting wordt ingevuld door beperkende maatregelen te introduceren zoals een plafond- of een drempelbedrag of door het percentage voor tegemoetkoming voor de instandhouding te verlagen.

Gerichte keuzes en vermindering van administratieve lasten
In het hoofdlijnenakkoord is al besloten om de Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT) en de Subsidieregeling heterogene brugklassen (HBK) in zijn geheel af te schaffen. Daarnaast wordt in het kader van de subsidietaakstelling nu besloten om te stoppen met de regeling voor het verzuim-deel van de regeling strategisch personeelsbeleid; de regeling bewegingsonderwijs; de regeling voor godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs; de regeling ter ondersteuning en preventie van thuiszitters; de regeling doorstroom vmbo-havo/mbo; het Regionaal investeringsfonds mbo en de Promotiebeurs voor leraren (NWO-PVL).

Met de structurele bezuinigingen uit het hoofdlijnenakkoord worden eerdere investeringen teruggedraaid. Voor het hbo en wo, en de wetenschap wordt voornamelijk gekort op de eerste geldstroom. Daardoor dreigt de verhouding tussen de eerste en tweede geldstroom na de verwerking van het hoofdlijnenakkoord te veranderen. Daarom is besloten om de subsidietaakstelling voor onderzoeks- en wetenschapsbeleid vrijwel volledig in te vullen met een bezuiniging op de bekostiging van NWO. Daarmee willen Bruins en Paul de structurele verhouding tussen de eerste en tweede geldstroom terugbrengen naar de verhouding voorafgaand aan het hoofdlijnenakkoord.

Bovenstaande bezuiniging telt op bij de bezuinigingen op NWO vanwege de taakstelling op het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap en vanwege de alternatieve invulling van de bezuiniging op de sectorplannen. Deze bezuinigingen op NWO hebben mogelijk negatieve impact op het behalen van de doelen van het wetenschapsbeleid. Daarnaast zijn deze bezuinigingen potentieel nadelig voor het concurrentievermogen van Nederland. De bewindslieden gaan daarom met NWO in overleg over hoe de resterende middelen zo effectief mogelijk kunnen worden ingezet.

Verder vinden er op de gehele OCW-begroting kortingen plaats op budgetten voor overige subsidies en opdrachten. De ruimte voor kleinere incidentele subsidies en opdrachten wordt hierdoor de komende jaren fors kleiner. Dit betekent dat er in de toekomst minder mogelijk is en OCW scherpe keuzes moet maken voor de inzet van deze budgetten.

Meer informatie
Kijk voor meer informatie op: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/10/24/de-invulling-van-het-ocw-aandeel-in-de-rijksbrede-subsidietaakstelling

Terug naar overzicht