Nieuws
24
Gewijzigde regeling coöperatieve energieopwekking weer open
Aanvragen kunnen worden ingediend voor vormen van opwekken van hernieuwbare elektriciteit, te weten zon-PV, wind op land en waterkracht. Dit zijn technologieën die regelmatig gerealiseerd worden door de doelgroep van de SCE, te weten coöperaties en verenigingen van eigenaars (VvE’s), om elektriciteit te produceren.
In samenhang met het openstellingsbesluit is de SCE op enkele punten gewijzigd. De wijzigingen zijn erop gericht de SCE beter te laten aansluiten bij de praktijk. De wijzigingsregeling van de SCE treedt gelijktijdig met onderhavig openstellingsbesluit in werking.
Project-BV
Grootste wijziging is de introductie van de mogelijkheid voor een coöperatie om subsidie aan te vragen samen met een besloten vennootschap, die wordt opgericht met als enige doel de totstandbrenging en exploitatie van de productie-installatie en waarvan de volledige eigendom en het volledige zeggenschap bij de coöperatie liggen (de zogenaamde project-BV).
Er is gekozen voor de figuur van een gezamenlijke aanvraag. Zowel de coöperatie als de project-bv zijn daarbij subsidieontvanger, en een beschikking wordt gericht aan beide partijen. Op die manier houden zowel de coöperatie als de project-BV een relatie met de subsidieverstrekker, daarmee zijn beide partijen hoofdelijk aansprakelijk voor de subsidieverplichtingen.
De mogelijkheid voor een gezamenlijke aanvraag wordt toegevoegd om de financiering van coöperatieve projecten te vergemakkelijken. Het project wordt minder risicovol voor financiers, doordat het project middels de BV wordt gescheiden van eventuele andere activiteiten van de coöperatie. Ook zorgt een project-BV voor meer administratieve eenvoud en geeft het de coöperatie de mogelijkheid om voor verschillende projecten verschillende financiers aan te trekken.
In 2024 is de SCE uitgebreid met categorieën voor grotere vermogens (voor 0,5 tot en met 6 MW voor zon-pv en voor 1 tot en met 6 MW voor windenergie). Vooral voor de financiering van deze grotere projecten lijkt een project-BV van toegevoegde waarde. Om deze reden is deze mogelijkheid nu ook alleen toegevoegd voor coöperaties en niet voor Verenigingen van Eigenaren, waarvan projecten doorgaans kleinschalig zijn.
Categorie zon-pv op veld natuurinclusief
In een nieuw artikel worden nu voorwaarden genoemd die terug moeten komen in de vergunning die op grond van de Omgevingswet noodzakelijk is voor de realisatie van een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen op veld die natuurinclusief wordt gerealiseerd. Alleen wanneer die voorwaarden in de vergunning zijn opgenomen, kan vanuit de SCE subsidie worden verleend. Het gaat om de volgende voorwaarden:
- van bovenaf gezien is er minimaal 25% open ruimte tussen de tafels met zonnepanelen aanwezig is;
- er is een inrichtingsplan en beheerplan is dat ten doel heeft om verslechtering van de bodemkwaliteit, waterkwaliteit en ecologische kwaliteit te voorkomen;
- de vergunninghouder monitort de effecten van de productie-installatie op de bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit monitort en, indien nodig, aanvullende maatregelen neemt om verslechtering van de bodemkwaliteit, waterkwaliteit en ecologische kwaliteit gedurende de subsidieperiode te voorkomen; en
- de vergunninghouder voert een nulmeting uit om de huidige waarde van de bodemkwaliteit, de waterkwaliteit en de ecologische kwaliteit vast te stellen.
Wijziging vermogensgrenzen aanlevering energie-opbrengstberekening
De vermogensgrenzen voor het aanleveren van de energie-opbrengstberekening voor waterkracht en windenergie zijn gewijzigd van 100 kW of meer, naar meer dan 100 kW. Hiermee wordt aangesloten bij de vermogensgrenzen van de categorieën voor waterkracht en windenergie.
Afwijzingsgrond splitsen installaties
Er is een nieuwe afwijzingsgrond toegevoegd voor productie-installaties voor zon-pv op veld. Met dit nieuwe onderdeel wordt voorkomen dat productie-installaties zo worden opgeknipt dat in de categorie met de hoogste tarieven meerdere aanvragen gedaan kunnen worden voor een installatie die administratief is opgeknipt in kleinere delen. Voor grotere installaties bestaat een aparte categorie met een lager basisbedrag, dat aansluit bij de lagere aanschafkosten per MW voor grotere installaties.
Een aanvraag wordt nu afgewezen indien één of meerdere aanvragers gedurende een openstellingsperiode meerdere aanvragen indienen per locatie, voor aangrenzende locaties of voor locaties binnen hetzelfde postcodegebied. De afwijzingsgrond is ook van toepassing indien er door meerdere aanvragers aanvragen worden ingediend voor aangrenzende locaties of binnen hetzelfde postcodegebied, omdat anders omzeiling kan plaatsvinden als meerdere met elkaar samenwerkende coöperaties de installatie gezamenlijk inkopen en vervolgens op aangrenzende of nabijgelegen percelen plaatsen als kleinere, opgeknipte installaties.
De afwijzingsgrond geldt alleen voor zon-pv op veld. Voor zon-pv op dak, windenergie en waterkracht speelt het opknippen van installaties niet. Windturbines en waterkrachtinstallaties kunnen niet worden opgeknipt in kleinere eenheden.
Ook is een onderdeel toegevoegd dat moet voorkomen dat bestaande windturbines vroegtijdig worden verwijderd ten behoeve van het plaatsen van een nieuwe productie-installatie. Bij de toepassing wordt er gekeken naar of het nominale en te realiseren vermogen op de locatie minder dan 1 MW toeneemt per ter vervangen windturbine of windturbine die eerder op de locatie heeft gestaan toeneemt.
Verlengen van ‘banking’ na de beschikkingsperiode
De maximale termijn voor ‘banking’ na de looptijd van de subsidieperiode van 15 jaar voor beschikkingen afgegeven in en na 2024 voor installaties voor zon-pv op een grootverbruikersaansluiting is verlengd met een jaar, van één naar twee jaar. Banking betreft het inhalen van niet-gedraaide productie-uren (ongebruikte kWh) in een ander jaar. De reden voor deze verlenging is het stijgende aantal uren met negatieve prijzen.
Uitsteltermijn
Er kan een ontheffing worden verleend van de verplichting om de productie-installatie conform de gegevens in de aanvraag in gebruik te nemen en in werking te hebben. Deze ontheffing kan verleend worden na de termijn waarbinnen de productie-installatie in gebruik moet worden genomen, op dit moment tot maximaal een jaar na afloop van die termijn. Met de n gepubliceerde wijziging wordt deze termijn aangepast naar maximaal twee jaar na afloop van die termijn. Deze wijziging geldt voor nieuwe en reeds afgegeven beschikkingen.
Aanvragen
Aanvragen kunnen van 3 maart 2025 tot en met 1 oktober 2025 worden ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Contactgegevens
InnoFunding B.V.
Nieuwe Gracht 7
2011 NB Haarlem
Mail: info@innofunding.nl