Nieuws

feb
23

Onbedoeld verschil bij toepassing Innovatiebox wordt hersteld

Sinds 1 januari 2018 is een verschil ontstaan tussen de voordelen uit de onder het overgangsrecht vallende immateriële activa en de andere immateriële activa die onder de Innovatiebox vallen. Staatssecretaris Snel van Financiën heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de wijze waarop hij dit verschil zal opheffen. Hierdoor kan het effectieve tarief van de Innovatiebox van 7% ook toegepast worden op voordelen op immateriële activa die zijn voortgebracht voor 1 juli 2016.

Vanwege in OESO-verband gemaakte afspraken over patentboxen heeft het kabinet besloten dat de regels voor toepassing van de Innovatiebox aangepast zouden worden. De voorgestelde wijzigingen die in het Belastingplan voor 2017 zijn opgenomen, zijn vanaf 1 januari 2017 gaan gelden. Ook is bepaald dat voor immateriële activa die uiterlijk op 30 juni 2016 zijn voortgebracht en waarvoor is gekozen voor toepassing van de innovatiebox een overgangsrecht geldt. Per 1 januari 2018 is de Innovatiebox opnieuw gewijzigd. Het effectieve tarief van
de Innovatiebox is met ingang van die datum verhoogd van 5% naar 7%. Dit is echter voor immateriële activa die onder het overgangsrecht vallen niet gebeurd. 

 

De maatregel om dit te herstellen zal worden opgenomen in hetzelfde wetsvoorstel als de spoedreparatiemaatregelen met betrekking tot de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting. Dit wetsvoorstel zal naar verwachting in het tweede kwartaal van 2018 aan de Tweede Kamer ter behandeling wordt aangeboden. De maatregel met betrekking tot de innovatiebox zal terugwerkende kracht hebben tot en met 1 maart 2018. Voor de voordelen uit de immateriële activa die onder het overgangsrecht vallen en die vanaf 1 maart 2018 worden behaald, geldt dus vanaf 1 maart 2018 ook het effectieve tarief van 7%. 

Terug naar overzicht