Nieuws
21
Tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie geëvalueerd
De regeling van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) ging in 2021 van start met drie aanvraagronden. Projecten moesten gericht zijn op voorkomen en beperken van wateroverlast, droogte en overstromingen. Maatregelen gericht op hittestress vielen buiten de regeling. Tot eind 2023 kon een aanvraag worden ingediend. Projecten moeten vóór 1 januari 2028 zijn gerealiseerd.
Resultaten
Met de beschikbaar gestelde middelen uit de regeling zijn en worden veel projecten versneld gerealiseerd om Nederland klimaatrobuuster te maken. Dit betreft hoofdzakelijk projecten op kleine (gemeentelijke) schaal, voornamelijk op straat- of wijkniveau. Maatregelen richten zich vooral op het tegengaan van wateroverlast, vaak in combinatie met aanpak van droogteproblemen. Daarbij wordt aangehaakt bij projecten die al in voorbereiding waren. Het gaat veelal om het 'ontstenen' en vergroenen van de openbare ruimte en maatregelen om bovengrondse en ondergrondse infiltratie te bevorderen.
Ook zijn er ingrepen waarbij door aanpassing van rioleringen de overloop van afvalwater bij hevige regenval wordt beperkt. Verder worden vijverpartijen, wadi’s (groene greppels in stedelijk gebied), beken en greppels uitgegraven of aangelegd. Al deze maatregelen bevorderen de wateropvangcapaciteit en de sponswerking van de bodem. Er worden relatief weinig regionale of gebiedsoverstijgende projecten gerealiseerd aangezien deze vaak een langere voorbereidings- en uitvoeringstijd hebben dan via de regeling mogelijk was.
Het aanvraagproces van de regeling kende drie rondes verspreid over 2021, 2022 en 2023. Het aanvraagproces en de vereiste cofinanciering heeft geleid tot intensivering van de samenwerking binnen de 45 zogeheten DPRA-werkregio’s. In sommige gevallen was de regeling het startschot voor regionale samenwerking en moest een DPRA-regio speciaal worden opgericht om aanvragen te kunnen doen. In andere regio’s werd al samengewerkt aan klimaatadaptatie. In die regio’s heeft de regeling gezorgd voor intensiveringen op dit thema. Door de regeling is er meer bestuurlijke steun ontstaan om klimaatadaptatie als structurele opgave te zien, zo schrijft Madlener in een begeleidende Kamerbrief bij het evaluatierapport.
Conclusies
Over het algemeen is de regeling ervaren als een groot succes, zowel inhoudelijk als procesmatig. Het tweeledige hoofddoel van de regeling is bereikt: het versnellen van maatregelen ten aanzien van opgaven voor klimaatadaptatie én het versterken van regionale samenwerking en bewustwording. Naast de beschikbaar gestelde € 200 miljoen van het Rijk is meer dan € 400 miljoen vrijgemaakt aan cofinanciering op decentraal niveau. Met de uitvoering van de maatregelen wordt bijgedragen aan de realisatie van een klimaatbestendige leefomgeving in 2050.
Alle 45 DPRA-werkregio’s hebben aanvragen ingediend. Uit de praktijk blijkt daarbij dat de balans tussen een gelijkmatige verdeling van het beschikbare budget binnen een werkregio én prioritering van maatregelen soms doorsloeg naar het eerste. Veel werkregio’s hebben voor een diplomatieke aanpak gekozen: middelen verdelen op basis van factoren als demografie en oppervlakte en niet op urgentie van klimaatproblematiek. Daarbij speelden praktische aspecten mee (wat ligt er al op de plank, wat kan snel). Daardoor was de koppeling met stresstesten en risicodialogen niet altijd optimaal.
Procesondersteuning voor aanvragen via een daarvoor ingericht loket bij Rijkswaterstaat heeft de werkregio’s effectief geholpen. Aan de eis om de uitvoeringslasten minimaal te houden is niet volledig voldaan. Dit kwam door de gedetailleerde verantwoordingsvereisten die verbonden zijn aan de financieringsvorm van specifieke uitkeringen. Er is brede behoefte aan meer (structurele) financiering van klimaatadaptatie maatregelen en betere monitoring van klimaatadaptatiemaatregelen.
Aanbevelingen
Uit de evaluatie komt verder een vijftal aanbevelingen naar voren:
- 1. Er worden diverse aanbevelingen gedaan over een eventuele nieuwe regeling.
- 2. Aanbevolen wordt een landelijk meetinstrument te ontwikkelen, inclusief nulmetingen, om de impact van klimaatadaptatiemaatregelen beter te kunnen monitoren.
- 3. Geadviseerd wordt het Kennisportaal Klimaatadaptatie gerichter in te zetten: verbeter de toegankelijkheid van kennis en best practices door selectie en bundeling van informatie, bijvoorbeeld in de vorm van overzichtsartikelen per type maatregel.
- 4. Ook wordt aanbevolen te onderzoeken hoe samenwerking met private en semipublieke partijen kan worden versterkt om klimaatadaptatie breder te verankeren.
- 5. Als laatste advies wordt gesuggereerd het hiaat met betrekking tot hittestress op te lossen door financiering te koppelen aan de Actieagenda Hitte en de herijking van de Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS’26) in de opgave 'Hittebestendige Stad' via bestaande of nieuw vorm te geven financiële regelingen. Een route hiervoor zou mogelijk ook via het Deltafonds kunnen lopen middels voeding vanuit andere departementen.
Reactie op aanbevelingen
Madlener gaat in zijn brief puntsgewijs op de gegeven aanbevelingen in:
- 1. In het geval dat er een nieuwe regeling komt, zullen de aanbevelingen uit de evaluatie worden meegenomen. De regeling was echter bedoeld als eenmalige bijdrage vanuit het Rijk, er is op dit moment geen vervolg voorzien.
- 2. Er wordt al gewerkt aan een landelijk meetinstrument op nationale en regionale schaal. Het PBL werkt samen met verschillende kennisinstellingen en ministeries aan een nationale monitoringsystematiek die het nationale klimaatadaptatiebeleid moet ondersteunen.
- 3. De aanbeveling over het Kennisportaal Klimaatadaptatie wordt meegenomen bij de doorontwikkeling van het portaal.
- 4. In het DPRA wordt samengewerkt met private en semipublieke partijen. De 45 werkregio’s (bestaande uit decentrale overheden) werken samen met deze partijen aan het klimaatbestendig maken van de ruimtelijke inrichting en de vitale functies en netwerken.
- 5. De ministeries van VWS, VRO en IenW werken aan de Aanpak Hitte. Dit is een kortetermijnaanpak en voorzien is dat deze budgetneutraal wordt ingericht. De verwachting is dat de Tweede Kamer hier voor de zomer nader over geïnformeerd wordt. In 2026 verschijnt ook de, in het Regeerprogramma aangekondigde nieuwe Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS), die aandacht zal besteden aan de aanpak van hittestress op de korte, middellange en lange termijn.
Zoals uit de evaluatie blijkt is, financiering van hittemaatregelen vanuit het Deltafonds momenteel niet mogelijk. Het DPRA verkent momenteel de mogelijke opties om te komen tot structurele financiering van klimaatadaptatiemaatregelen, waaronder ook de aanpak van hittestress, aldus Madlener.
De evaluatie van de regeling concludeert dat er vooral lokale maatregelen zijn getroffen. Dit heeft te maken met de opzet van de regeling, waarin geen ruimte was voor projecten die een langere voorbereidings- en uitvoeringstijd vragen. Daarnaast speelt dat er voor regionale of gebiedsoverstijgende projecten niet altijd voldoende informatie beschikbaar is welke maatregel het beste is en voor welke locatie. Daarom werkt IenW voor wateroverlast aan een landelijk beeld waarop de belangrijkste knelpunten door grootschalige regen worden getoond. De verwachting is dat de Tweede Kamer dit landelijk beeld in het najaar van 2025 zal ontvangen, zo laat de minister weten.
Afsluitend
Het is volgens Madlener goed om te zien dat de evaluatie vooral positieve punten oplevert. Tot 2028 zullen nog veel projecten worden opgeleverd die mede mogelijk zijn gemaakt door de Impulsregeling Klimaatadaptatie. Zoals aangegeven in het Regeerprogramma wordt op dit moment onder andere gewerkt aan de Nationale Adaptatiestrategie. Het ontwerp hiervan wordt volgens planning aan het eind van dit jaar naar de Tweede Kamer verstuurd.
Contactgegevens
InnoFunding B.V.
Nieuwe Gracht 7
2011 NB Haarlem
Mail: info@innofunding.nl