Cookievoorkeuren
InstellingenIk ga akkoord

Nieuws

mei
21

Rekenkamer: Lbv-plus veel effectiever dan Lbv

Veehouders die vrijwillig stoppen met hun bedrijf, krijgen op basis van de regelingen een vergoeding van de overheid. De Lbv-plus, de regeling die zich richt op de grootste uitstoters (piekbelasters) in de omgeving van natuurgebieden, is van de twee regelingen veruit het meest effectief bij het terugdringen van de stikstofneerslag, zo meldt de Algemene Rekenkamer.

Landbouw levert de grootse bijdrage aan de neerslag van stikstof op Natura 2000-gebieden. Het kabinet wil daarom het aantal landbouwbedrijven in de omgeving van natuurgebieden verminderen en heeft voor de twee beëindigingsregelingen in totaal bijna € 3 miljard uitgetrokken: € 1102 miljoen voor de Lbv (gericht op alle veehouders die te veel stikstof uitstoten op natuurgebieden) en € 1820 miljoen voor de Lbv-plus (gericht op de piekbelasters).

Per uitgegeven euro aan belastinggeld levert de Lbv-plus ruim vijf keer meer vermindering van stikstofuitstoot op dan de Lbv. Het verschil komt doordat de Lbv-plus zich op veehouderijlocaties richt met een hogere stikstofneerslag op stikstofgevoelige natuur, zo stelt de Rekenkamer.

Ook melden naar verhouding drie keer zoveel veehouders zich aan voor de plus-variant. Het aantal aanmeldingen voor de Lbv-plus is relatief veel hoger (33% van de doelgroep) dan voor de Lbv (8% van de doelgroep). Een belangrijke reden hiervoor is de hogere vergoeding. Veehouders die gebruikmaken van de Lbv krijgen 100% van hun verloren productiecapaciteit vergoed, terwijl dat in de Lbv-plus 120% is, met daarbij ook nog een vergoeding van de sloopkosten.

Belangrijkste succesfactor
Door de ruimere vergoeding van de Lbv-plus zijn de kosten voor de overheid per gestopte veehouder gemiddeld hoger. Maar de verminderde stikstofneerslag op Natura 2000-gebieden is per uitgegeven euro dus ook ruim vijf keer groter.

De belangrijkste succesfactor bij deze regelingen is de afstand tot Natura-2000 gebieden. Hoe dichter de veehouderij is bij een Natura-2000 gebied, des te doeltreffender en doelmatiger de regeling, zelfs al betaalt de minister 20% meer voor de beëindiging.

Veehouders die stoppen via de Lbv kosten de overheid minder geld, maar dragen ook minder bij aan vermindering van de neerslag van stikstof in Natura-2000 gebieden. De Lbv-groep is minder vaak gevestigd in de buurt van de grotere natuurgebieden, zoals de Veluwe.

Bij het vaststellen van de hogere vergoeding voor de Lbv-plus lijkt met name de wens van de LVVN-minister voor een ‘woest aantrekkelijke’ regeling leidend te zijn geweest. LVVN heeft niet onderzocht of een lagere vergoeding hetzelfde effect zou hebben gehad. Daardoor valt niet te zeggen of de regeling nog efficiënter had kunnen zijn, aldus de Rekenkamer.

Risico/ongewenste bijwerking
Uit het eerdere onderzoek van de Rekenkamer naar de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (SRV) in 2024 bleek dat na beëindiging van de varkenshouderij 40% van de grond een agrarische herbestemming kreeg, vaak akkerbouw en groente- of fruitteelt. Dit brengt ook risico’s voor de natuur met zich mee, bijvoorbeeld door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Ook bij de Lbv en de Lbv-plus bestaat het risico dat de stikstofuitstoot wel wordt teruggedrongen, maar dat omliggende natuurgebieden om andere redenen toch onder druk blijven staan, zo besluit de Rekenkamer.

Zie ook: https://www.rekenkamer.nl/actueel/nieuws/2025/05/21/regeling-voor-piekbelasters-veehouderij-lvb-plus-zorgt-voor-grootste-stikstofvermindering

Terug naar overzicht