Nieuws

mei
21

ZonMw publiceert oproep over impact vroegopsporing volksgezondheid

Bij ZonMw kunnen tot en met 3 september 2015 aanvragen worden ingediend voor de oproep Impact van vroegopsporing op de volksgezondheid, onderdeel van het deelprogramma Vroege Opsporing, binnen het Preventieprogramma 5. ZonMw vraagt met de oproep om projectideeŽn voor onderzoek naar nieuwe ontwikkelingen op het gebied van vroege opsporing van aandoeningen in de algemene bevolking. In totaal is er voor deze ronde Ä 3,6 miljoen beschikbaar.

In de ronde gaat het specifiek om onderzoek naar risicoprofilering, innovatieve tests en (kosten)effectiviteit van nieuwe screeningsmethoden. Deze kennis moet bruikbaar zijn voor de professionele screeningspraktijk en het beleid ten aanzien van screening en uiteindelijk ten goede te komen aan de burger die gebruik kan maken van het screeningsaanbod.

Aanvragen kunnen worden ingediend door academische of niet- academische onderzoeksinstellingen, al dan niet in combinatie met een commerciële partner of een instelling die belast is met de uitvoering van preventieve taken. Commerciële partijen (met name farmaceutische bedrijven en zorgverzekeraars) mogen echter geen hoofdaanvrager zijn, maar ze worden wel aangemoedigd als medeaanvrager en cofinancier.

Van het totale budget is € 2.800.000 beschikbaar voor grotere projecten van maximaal € 400.000. De overige € 800.000 is beschikbaar voor projecten met een maximale subsidie van € 200.000.

Doel van het vijfde Preventieprogramma van ZonMw is kennisontwikkeling over een brede integrale aanpak van preventie. Het programma sluit aan op het Nationaal Programma Preventie 'Alles is Gezondheid' van het ministerie van VWS. Het programma gaat uit van domeinen in de samenleving waar mogelijkheden liggen voor preventie: in opvoeding en onderwijs, in de wijk, op het werk en in de gezondheidszorg zelf, met inbegrip van vroege opsporing. Het deelprogramma Vroege Opsporing heeft tot doel de ontwikkeling van toepasbare kennis voor de vroege opsporing van risicofactoren en voorstadia van aandoeningen, zodat ziekten kunnen worden voorkomen of de gevolgen ervan minder ernstig zijn. De afweging tussen voor- en nadelen is daarbij altijd aan de orde. De ontwikkelde kennis dient bruikbaar te zijn voor de professionele screeningspraktijk, het screeningsbeleid en voor de burger die gebruik kan maken van het screeningsaanbod. 

Terug naar overzicht