Nieuws

nov
19

EFRO-subsidie zorgt voor innovatiever mkb

Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) hebben tussentijds de selectie en uitvoering van de innovatieprojecten binnen het EFRO-programma geƫvalueerd. Provincies en lokale overheden investeren met behulp van EFRO-subsidies in projecten die moeten bijdragen aan een betere kennispositie van en meer innovatie en valorisatie binnen het mkb. Uit de evaluatie blijkt dat hierbij streng, maar effectief geselecteerd wordt en dat de meeste projecten de verwachte doelstellingen realiseren.

De onderzoekers hebben voor de tussentijdse evaluatie data gebruikt van honderden toegewezen en afgewezen projecten, die subsidie ontvangen uit een van de vier Nederlandse regionale innovatieprogramma’s. De aanbevelingen zullen worden meegenomen bij de invulling van toekomstige regionale innovatieprogramma’s. 

 

Provincies en lokale overheden ontvangen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) voor de periode 2014-2020 € 500 miljoen voor de realisatie van de EFRO-programma’s. Daarnaast investeren provincies en lokale overheden, het Rijk en de private sector in de projecten. De programma’s binnen EFRO moeten innovatie door het mkb stimuleren.

 

De EFRO-programma’s selecteren projecten die in potentie bijdragen aan een innovatiever mkb. Mkb’ers en/of kennisinstellingen werken in de meeste projecten samen aan kennisdeling en innovatie. Financiering voor dit soort projecten, maakt de programma’s uniek en het onderzoek toont aan dat deze projecten niet uitgevoerd zouden zijn zonder deze financiële ondersteuning. Het merendeel van de respondenten verwacht dat zelfstandig financieren of een alternatieve financiering vinden, moeilijk is.

 

De resultaten van het onderzoek laten ook zien dat de meerderheid van de gefinancierde projecten de vooropgestelde doelstellingen succesvol realiseert. Er wordt echter gepleit voor ambitieuzere projectdoelstellingen: "De grote meerderheid van de huidige projecten mikt op het creëren van een gezonde bedrijfsactiviteit die vooral regionaal effect zal hebben. Maar het zijn juist de projecten die als doelstelling hebben om op internationaal niveau toonaangevend te worden, die op lange termijn echt een verschil kunnen maken voor de structurele ontwikkeling van regio’s”, aldus Professor Dries Faems, coördinator van het onderzoek.

 

Er is bij de invoering van de regionale EFRO-programma’s nadrukkelijk gekozen te werken met deskundigencommissies waarin onafhankelijke experts projectaanvragen beoordelen. De kwaliteit van de aanvragen is de afgelopen jaren sterk gestegen. De deskundigencommissies hebben hierin volgens de onderzoekers een belangrijke rol gespeeld.

 

Respondenten hebben aangegeven dat de administratieve druk, die de uitvoering van een EFRO-project met zich meebrengt, het realiseren van resultaten kan bemoeilijken of vertragen. De RUG-onderzoekers adviseren de programmabeheerders en controlerende instanties te werken aan een cultuuromslag, zodat de administratieve lasten tot het minimaal noodzakelijke teruggebracht kunnen worden. Deze aanbeveling wordt door de provincies meegenomen in een separate evaluatie naar controledruk en programma-uitvoering.

Terug naar overzicht