Nieuws

mrt
19

Diverse versoepelingen doorgevoerd binnen de Tozo-regeling

Er is een wijziging van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO) gepubliceerd.

De wijzigingen hebben onder andere betrekking op het niet invoeren van de beperkte vermogenstoets, het herinvoeren van de mogelijkheid om met terugwerkende kracht een aanvraag in te dienen én het uitstel van de terugbetalingsverplichting bij een lening bedrijfskapitaal.

Niet invoeren van de beperkte vermogenstoets
De eerder ingevoerde (en later tot 1 april 2021 uitgestelde) beperkte vermogenstoets wordt afgesteld. De verspreiding van het coronavirus toont een grilliger en onvoorspelbaarder verloop dan aanvankelijk gedacht. Om zoveel mogelijk zelfstandigen de eindstreep te laten halen, heeft het kabinet op 21 januari 2021 besloten om de beperkte vermogenstoets voor de Tozo niet in te voeren.

Urencriterium als onderdeel van de verklaring
Om in aanmerking te kunnen komen voor de Tozo dient een zelfstandige te voldoen aan het urencriterium, dat wil zeggen 1225 uur per jaar te hebben besteed aan het bedrijf. Nu wordt, om uitvoeringstechnische redenen, geregeld dat gemeenten kunnen vaststellen of een zelfstandige voldoet aan dit urencriterium op grond van een verklaring van de zelfstandige. Een nadere toetsing door gemeenten op het voldoen aan het urencriterium is in dat geval niet nodig. Achteraf kan steekproefsgewijs worden gecontroleerd of zelfstandigen aan het urencriterium hebben voldaan.

Terugwerkende kracht aanvraag
Tijdens Tozo 1 en Tozo 2 was er de mogelijkheid om met terugwerkende kracht tot het begin van de betreffende Tozo-periode algemene bijstand aan te vragen. Dit om ervoor te zorgen dat de aanvragen verspreid binnen zouden komen zodat de belasting op de uitvoering minder groot was.

Dit is bij Tozo 3 aangepast. Toen was het vanaf 1 december 2020 alleen nog maar mogelijk om algemene bijstand met terugwerkende kracht aan te vragen tot de eerste van de kalendermaand waarin de aanvraag werd ingediend (dus: als men op 15 december een aanvraag indiende kon deze terugwerken tot en met 1 december). Deze wijziging werd onder andere doorgevoerd omdat gemeenten ondertussen gewend waren geraakt aan de uitvoering van de Tozo en de aanpassing daarom uitvoerbaar was. Een andere belangrijke reden was dat er hiermee een stap richting de reguliere bijstandsverlening werd gedaan. Bij de reguliere bijstand is immers geen bijstandsverlening met terugwerkende kracht mogelijk.

Echter, het blijkt dat ondernemers door schommelende inkomsten als gevolg van de coronacrisis en de beperkende maatregelen soms niet op tijd in staat zijn te bepalen of zij over een bepaalde maand algemene bijstand op basis van de Tozo nodig hebben. Om deze reden is besloten om het mogelijk te maken dat tijdens Tozo 3 vanaf 1 februari 2021 algemene bijstand op basis van de Tozo kan worden aangevraagd met terugwerkende kracht tot en met de eerste van de maand voorafgaand aan de aanvraag. Dit betekent bijvoorbeeld dat een aanvraag op 15 februari 2021 terugwerkende kracht kan hebben tot en met 1 januari 2021. Een aanvraag ingediend op 10 maart 2021 kan terugwerkende kracht hebben tot 1 februari 2021. Ook gedurende Tozo 4 kan met terugwerkende kracht aangevraagd worden tot de eerste van de maand voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag wordt ingediend (maar niet verder terug dan 1 april 2021, de ingangsdatum van Tozo 4).

Uitstel van terugbetalingsverplichting bij een lening bedrijfskapitaal
In de Tozo was geregeld dat zelfstandig ondernemers de aflossing en rente van de Tozo-lening zouden moeten beginnen terug te betalen op 1 januari 2021. Ook was geregeld dat ondernemers die na 1 januari 2021 een Tozo-lening zouden verkrijgen gelijk dienden te starten met terugbetaling. In verband met de voortdurende coronacrisis en de daartegen genomen maatregelen waaronder een verscherping per 15 december 2020 zijn veel zelfstandig ondernemers echter nog niet in staat om vanaf 1 januari 2021 of gelijk na het aangaan van de lening aan hun aflossings- en renteverplichtingen te voldoen.

Om die reden wordt geregeld dat de terugbetalingsdatum met maximaal zes maanden wordt uitgesteld tot 1 juli 2021. Het uitstel geldt uniform voor alle zelfstandig ondernemers die vóór 1 januari 2021 de Tozo-lening zijn aangegaan. Voor de zelfstandig ondernemers die deze lening na 1 januari 2021 aangaan, geldt dat zij niet direct hoeven te starten met terugbetaling, maar pas op 1 juli 2021. Tevens wordt voor alle Tozo-leningen de looptijd (de periode vanaf het moment van verstrekking tot het moment waarop deze moet zijn terugbetaald) met zes maanden verlengd, van drie jaar naar 3,5 jaar. Gedurende de maanden januari 2021 tot en met juni 2021 wordt bovendien geen rente opgebouwd.

Vergoeding voor onverschuldigd verleende voorschotten
Het kabinet heeft gemeenten gevraagd ten tijde van de coronacrisis snel te handelen. Gemeenten waren genoodzaakt aanvragen voor bijstand levensonderhoud in behandeling te nemen nog voordat de Tozo gepubliceerd werd op 21 april 20202. Veel gemeenten zijn ruimhartig overgegaan tot het verlenen van voorschotten, op grond van hetzij artikel 52 van de Participatiewet, hetzij artikel 4:95 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Daarbij zijn situaties ontstaan, waarin de gemeente op grond van de in de Tozo opgenomen uitkeringsvoorwaarden en rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden, heeft moeten vaststellen dat ofwel de belanghebbende geen recht op bijstand voor levensonderhoud heeft ofwel dat de aan hem verleende voorschotten meer bedragen dan de omvang van de bijstand over de gehele uitkeringsperiode, als gevolg waarvan de gemeente niet alle verleende voorschotten heeft kunnen verrekenen met de toegekende bijstand levensonderhoud.

Deze onverschuldigd verleende voorschotten komen niet in aanmerking voor rijksvergoeding. Voor gemeenten resteert een vordering op de belanghebbende. Voor gemeenten ontstaat hierbij een financieel risico vanwege oninbaarheid van een deel van de vorderingen. Mede gezien het uitgangspunt dat gemeenten voor de uitvoering van de Tozo volledig financieel zouden worden gecompenseerd, konden gemeenten in maart/april 2020 geen rekening houden met dit financieel risico. De regering acht het gerechtvaardigd om gemeenten te compenseren voor het gedeelte van de vorderingen waarvoor een risico geldt van oninbaarheid. Met het oog op uitvoerbaarheid en helderheid is met gemeenten overeengekomen om een eenmalige forfaitaire vergoeding te regelen. Op basis van de historische incassoratio’s met betrekking tot de Participatiewet, de Werkloosheidswet en andere regelingen, is het redelijk om de verwachte oninbaarheid te bepalen op 30% van het totaalbedrag van de vorderingen.

De vergoedingsregeling is specifiek bedoeld voor voorschotten welke gemeenten hebben verleend op bijstandsaanvragen levensonderhoud die zijn ingediend voor 22 april 2020, de datum waarop de Tozo in werking is getreden, na publicatie van het besluit op 21 april 2020. De onverschuldigd verleende voorschotten op later ingediende bijstandsaanvragen vallen buiten de vergoedingsregeling.

Terug naar overzicht