Cookievoorkeuren
InstellingenIk ga akkoord

Nieuws

jan
19

Wijziging, openstellingen en plafonds SSEB 2026

Het doel van de regeling is om de stikstofuitstoot van bouwmaterieel (bouwwerktuigen, hulpfuncties, bouwvoertuigen en zeegaande bouwvaartuigen) te reduceren op een wijze die tevens zoveel mogelijk bijdraagt aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord en het Schone Lucht Akkoord.

De regeling moet helpen om de markt voor emissieloze mobiele werktuigen, bouwvoertuigen en zeegaande bouwvaartuigen verder tot wasdom te laten komen. De regeling bevat drie verschillende subsidiesporen:

  • Aanschafsubsidie (Hoofdstuk 2): subsidie voor de aanschaf van nieuwe emissieloze bouwmachines, of van één of meerdere bouwmachines met een mono-fuel waterstofverbrandingsmotor, die gebruikt worden in de bouw, inclusief het ombouwen van nieuwe machines vóór aflevering aan de gebruiker;
  • Retrofitsubsidie (Hoofdstuk 3): subsidie voor bestaand bouwmaterieel dat omgebouwd wordt naar emissieloos of schoner wordt gemaakt door de installatie van een NOx-nabehandelingssysteem of de aanschaf en installatie van een nieuwe verbrandingsmotor;
  • Innovatiesubsidie (Hoofdstuk 4): subsidie voor het doorontwikkelen van nieuwe emissieloze technieken (inclusief oplossingen omtrent laden op de bouwplaats), zodat ze nog gedurende de looptijd van de regeling in de praktijk toegepast kunnen worden.

Subsidiepercentages en samenhang Milieu-investeringsaftrek (MIA)
In de eerste jaren van de SSEB werd het subsidiebedrag verminderd met te ontvangen MIA. Na aanpassingen in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) leidde deze aanpak tot onduidelijkheid bij aanvragers over de te ontvangen bedragen.

In 2024 is de aanpak daarom gewijzigd en werd voor het subsidiejaar 2025 gebruik gemaakt van vaste percentages, zonder dat het subsidiebedrag werd verrekend met te ontvangen MIA. Met het mogelijk te ontvangen MIA-voordeel was reeds rekening gehouden bij het vaststellen van de percentages.

Voor 2026 is ervoor gekozen om deze aanpak nog verder te vereenvoudigen. De koppeling met de MIA is volledig losgelaten. Met ingang van 1 januari 2026 komen bouwmachines die SSEB-subsidie hebben ontvangen niet meer in aanmerking voor MIA.

De subsidiepercentages onder de SSEB kunnen daarom worden verhoogd naar de voor deze regeling geldende maximaal toegestane steunpercentages onder de AGVV, namelijk 30% voor mkb en 25% voor het grootbedrijf.

Verdelingsregime projecten experimentele ontwikkeling
Voorheen was er tot eind augustus de tijd om voor ‘projecten experimentele ontwikkeling’ in te dienen. Na de sluiting van de tenderperiode werden alle projecten beoordeeld en gerangschikt. De rangschikking bepaalde de volgorde van de toedeling van het budget.

In de praktijk is gebleken dat het onwenselijk is om pas zo laat in het jaar en slechts op één moment projecten te kunnen beoordelen. Een verdelingsregime dat het mogelijk maakt om op meerdere momenten in het jaar aanvragen te beoordelen en toe te kennen als het budget op de dag van de openstelling niet volledig uitgeput wordt, biedt meer mogelijkheden voor de bouwsector om de subsidie te benutten.

Vandaar dat er voor 2026 overgestapt wordt van een tenderprocedure naar een ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’-procedure. Alleen aanvragen die meer dan 70 punten halen, komen in aanmerking voor subsidie.

Indien er op een dag meer volledige aanvragen worden ingediend dan er budget is, wordt de subsidieverdeling bepaald op basis van puntenrangschikking. Hierdoor blijft er een prikkel voor aanvragers om zo goed mogelijke projecten in te dienen.

Overige wijzigingen
Enkele andere noemenswaardige wijzigingen zijn:

  • het maximumbedrag aan subsidie per aanvrager per jaar voor aanschafsubsidie en retrofitsubsidie is opgehoogd naar € 1,5 miljoen;
  • voor innovatieprojecten gericht op experimentele ontwikkeling is het subsidieplafond per project eveneens opgehoogd naar € 1,5 miljoen om projecten met een grotere impact op de transitie te faciliteren;
  • de regeling bevat een maximaal te ontvangen subsidiebedrag per machine. Voor zwaardere machines (vanaf 300kW) blijven de subsidieaanvragen achter en daarom is het maximaal te ontvangen subsidiebedrag voor die machines verhoogd naar € 500.000;
  • om te zorgen dat er zoveel mogelijk subsidieaanvragen gehonoreerd kunnen worden met het beschikbare subsidiebudget, wordt het mogelijk gemaakt om tijdens de aanvraagperiode (na 1 juni) middelen van een subsidiespoor dat onderuitputting kent aan te wenden voor een subsidiespoor waar meer aanvragen zijn ingediend dan er budget beschikbaar is;
  • de berekeningswijzen van de subsidiehoogte voor onder andere batterijpakketten en DC laadstations zijn in lijn gebracht met de methodiek die wordt gehanteerd in de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit (onderdeel SPRILA);
  • de lijst van bouwmachines en zeegaande bouwvaartuigen in bijlage 1 is uitgebreid en verduidelijkt;
  • de beoordelingscriteria en puntentoedeling voor projecten experimentele ontwikkeling in bijlage 2 zijn herzien om beter aan te sluiten op de uitdagingen die momenteel spelen rondom emissieloos bouwen, zoals netcongestie en de inzet van zware emissieloze machines.

Subsidieplafonds en aanvraagperiodes 2026
In totaal is er een subsidieplafond van € 65 miljoen beschikbaar in 2026. De deelplafonds bedragen voor de aanschafsubsidie € 50 miljoen, onderverdeeld in € 25 miljoen voor algemene aanschafsubsidie en € 25 miljoen voor laadinfrastructuur. Voor de retrofitsubsidie is € 3 miljoen beschikbaar en voor de innovatiesubsidie € 12 miljoen, onderverdeeld in € 1 miljoen voor haalbaarheidsstudies en € 11 miljoen voor experimentele ontwikkeling.

Aanvragen kunnen worden ingediend van 3 maart 2026 tot en met 30 oktober 2026. Alleen voor het onderdeel experimentele ontwikkeling van de Innovatiesubsidie geldt een afwijkende aanvraagperiode. Deze loopt van 12 mei 2026 tot en met 30 oktober 2026.

Terug naar overzicht