Nieuws
18
Wijzigingen op komst in subsidies voor collectieve warmte
Collectieve warmte wordt volgens Hermans voor ongeveer een derde van de gebouwde omgeving de goedkoopste oplossing om de warmtevraag te verduurzamen. Collectieve warmte is daarmee een onmisbaar onderdeel van het energiesysteem: het ontsluit lokale warmtebronnen die anders onbenut zouden blijven, waardoor het beslag op het elektriciteitsnet voor het verduurzamen van de warmtevraag verminderd wordt en onnodige netverzwaring voorkomen wordt.
In een collectief warmtesysteem is vaak ook ruimte voor flexibiliteit en opslag, wat bijdraagt aan een toekomstbestendig en integraal energiesysteem. Door het lokale karakter van collectieve warmte draagt het bij aan de energieonafhankelijkheid van Nederland, aldus de minister.
Om de verduurzaming van de gebouwde omgeving te ondersteunen, wordt al geruime tijd gewerkt aan een nieuwe wet, die de huidige Warmtewet vervangt: de Wet collectieve warmte (Wcw). Gemeenten, warmtebedrijven, warmtegemeenschappen en andere partijen vragen om snelle invoering van de wet, zodat zij zekerheid krijgen over de taken en bevoegdheden en de opschaling van warmtenetten versnelt. Op 27 maart 2025 is de nota naar aanleiding van het verslag over de Wcw naar de Tweede Kamer gestuurd, waarmee de wetsbehandeling in een volgende fase komt.
Naast alles wat in het wetsvoorstel wordt geregeld, is het voor het versnellen van de uitrol van warmtenetten van belang dat een aantal randvoorwaarden wordt gerealiseerd. In een Kamerbrief van 7 oktober 2024 zijn deze randvoorwaarden beschreven en is toegezegd om de Tweede Kamer voorafgaand aan de plenaire behandeling van de Wcw nader te informeren over de actuele stand van zaken van de randvoorwaarden. Dat doet het kabinet met de nu verstuurde Kamerbrief, zo schrijft Hermans.
Verbeteringen bestaande subsidie-instrumentarium
In de Kamerbrief van 7 oktober 2024 zijn drie beleidsopties geïntroduceerd die de relatieve betaalbaarheid van collectieve warmte kunnen borgen. Dit zijn investeringssubsidies, een relatieve prijsgarantie en doelgroepenbeleid. De investeringssubsidies en relatieve prijsgarantie worden het meest wenselijk geacht. Het kabinet vindt doelgroepenbeleid minder passend vanwege hoge uitvoeringskosten die niet in verhouding staan tot de verwachte effecten.
Investeringssubsidies zijn bedoeld om de kosten van de aanleg en aansluiting van warmtenetten aan de voorkant te verlagen, zodat het tarief lager kan worden vastgesteld. Het huidig subsidie-instrumentarium is divers en bevat sinds 2023 ook een investeringssubsidie voor warmtenetten, de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS).
De subsidies voor het hele warmtesysteem (warmtenet, -bron, en inpandige kosten) wordt zoals aangekondigd in de brief van 7 oktober 2024 tegen het licht gehouden door het ministerie van Klimaat en Groene Groei en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Doel is om de aanvraag voor warmtebedrijven (bij warmtenet en -bron) en voor gebouweigenaren (inpandige kosten) te vereenvoudigen en om de voorwaarden van de subsidies goed aan te laten sluiten op de dagelijkse praktijk en op de andere subsidieregelingen.
Voor de investering in warmtenetten biedt de WIS een goede basis voor het wegnemen van de onrendabele top, maar mogelijk kan deze subsidie verder worden verbeterd. Daartoe hebben het ministerie van Klimaat en Groene groei en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in sessies met stakeholders en aanvragers onderzocht hoe de regeling beter kan aansluiten bij de behoeften.
Voornaamste aandachtspunten zijn ruimte voor maatwerk en aandacht voor warmtetransport voor de verduurzaming van bestaande collectieve warmtesystemen, het koppelen van (boven)lokale bronnen en het ontsluiten van nieuwe aansluitgebieden. Projecten waar dat speelt passen niet zo goed in de huidige WIS, omdat ze een relatief grote investering vragen zonder direct te leiden tot extra aansluitingen in de gebouwde omgeving. Maar deze investeringen zijn wel noodzakelijk om nieuwe efficiënte warmtenetten te realiseren. De wijzigingen die op korte termijn kunnen worden gerealiseerd, worden verwerkt in de WIS-openstelling van dit jaar, over grotere wijzigingen wordt ten aanzien van de openstelling in 2026 besloten.
Duurzame bronnen kunnen aanspraak maken op de Stimuleringsregeling duurzame energieproductie en klimaattransitie (SDE++). Deze regeling is een belangrijk instrument voor het verduurzamen van zowel bestaande als nieuwe collectieve warmtesystemen. Zoals aangegeven in een Kamerbrief van 20 december 2024 wordt onderzocht hoe de stimulering van warmte kan worden verbeterd en vereenvoudigd binnen de SDE++, en hoe beter kan worden aangesloten bij de wensen uit de markt, zoals een CAPEX-subsidie voor bepaalde typen warmtebronnen. Voor de zomer informeert het kabinet de Tweede Kamer over de mogelijkheden voor een openstelling in 2026.
Voor de inpandige kosten bestaat nu een aantal subsidies: de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) voor particulieren, de Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (SVVE) voor verenigingen van eigenaren en de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) voor sociale huurders. Dit stelsel wordt door afnemers als ingewikkeld ervaren. De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening bekijkt momenteel de mogelijkheden om vanaf 2026 de ISDE, SVVE en SAH te bundelen om projecten met verschillende types verbruikers beter te kunnen ondersteunen en ontzorgen.
Aanvullend instrument: de relatieve prijsgarantie
Bovengenoemde bestaande subsidies dragen bij aan de betaalbaarheid van collectieve warmte maar bieden in fase 2 van de tariefregulering nog niet de zekerheid voor eindgebruikers dat ze daadwerkelijk een tarief krijgen dat concurreert met het gangbare alternatief. De in het wetsvoorstel opgenomen mogelijkheid van een tarieflimiet beschermt verbruikers tegen een warmtetarief dat veel hoger is dan wat andere warmteverbruikers betalen, maar kan de relatieve betaalbaarheid ten opzichte van andere warmtetechnieken niet garanderen.
Een relatieve prijsgarantie zou bewoners in wijken waar warmtenetten tot de laagste nationale kosten leiden de zekerheid geven dat zij gedurende een periode niet meer betalen dan voor aardgas, of op termijn een warmtepomp. Hoe meer bewoners hierdoor aansluiten op een collectief warmtesysteem, hoe lager de aanloopkosten van dat systeem zijn en hoe korter de relatieve prijsgarantie gebruikt wordt. Als bewoners ervan overtuigd zijn dat de keuze voor een collectieve oplossing voor hen de beste is, worden bovendien onnodige investeringen in gas- en elektriciteitsnetten voorkomen.
Gedurende de eerste fase van de tariefregulering van de Wcw ontstaat meer inzicht in de kostenopbouw van collectieve warmtesystemen. Met dit inzicht zal de ACM kostengebaseerde regulering voorbereiden. Als de voorbereidingen voldoende gevorderd zijn, wordt het mogelijk om de effecten van kostengebaseerde regulering voor eindgebruikers in te schatten. Mede op basis van dit inzicht kunnen dan ook verschillende ontwerpkeuzes met betrekking tot het borgen van de betaalbaarheid worden gemaakt, zoals de looptijd van een eventuele garantie, de mogelijke referentie, en de wijze van berekenen voor meerdere huishoudens achter één aansluiting (de zogeheten blokverwarming).
Omdat momenteel veel onduidelijk is over zowel de kostenopbouw van collectieve warmtesystemen, de uitwerking en inrichting van kostengebaseerde tariefregulering als over diverse toekomstige ontwikkelingen (denk aan de gas- en elektriciteitsprijs) is het nog te lastig om een robuuste kostenraming te maken van een beleidsinstrument zoals de relatieve prijsgarantie. De eerste fase van de tariefregulering zal naar verwachting twee tot vier jaar duren. Wanneer een prijsgarantie noodzakelijk blijkt, zal besluitvorming daarover meelopen in de betreffende voorjaarsbesluitvorming, aldus Hermans.
Meer informatie
Kijk voor meer informatie op: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/04/17/kamerbrief-actualisatie-randvoorwaarden-collectieve-warmte
Contactgegevens
InnoFunding B.V.
Nieuwe Gracht 7
2011 NB Haarlem
Mail: info@innofunding.nl