Nieuws
16
Meer flexibiliteit bij herverdeling van Flex-e-budgetten
Op basis van de regeling kan subsidie worden aangevraagd voor de volgende activiteiten:
- a. het uitvoeren van een flexibiliteitsscan;
- b. het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie voor flexibiliteitsmaatregelen;
- c. het realiseren van een of meer flexibiliteitsmaatregelen met een gezamenlijk flexibel vermogen van minder dan 100 kW;
- d. het realiseren van een of meer flexibiliteitsmaatregelen met een gezamenlijk flexibel vermogen van 100 kW of meer.
Met de nu bekendgemaakte wijziging wordt een zogeheten budgetflexbepaling toegevoegd voor het subsidieplafond van onderdeel b. Daarmee wordt voorkomen dat het budget van onderdeel b onderbenut blijft terwijl andere onderdelen zijn overtekend en aanvragen niet kunnen worden gehonoreerd.
Met de budgetflexbepaling kan na de sluiting van de openstellingsperiode ten eerste eventueel resterend budget van onderdeel b worden toegevoegd aan het subsidieplafond van onderdeel d. Als er dan nog budget over is, kan dit vervolgens worden toegevoegd aan de subsidieplafonds van de overige onderdelen op volgorde van binnenkomst van aanvragen.
Op dit moment is de budgetuitputting als volgt:
OnderdeelSubsidieplafondAangevraagdA Flexibiliteitsscan€ 4.000.000€ 740.293B Haalbaarheidsstudie€ 8.829.000€ 1.825.168C Maatregelen <100 kW€ 6.460.229€ 20.928.898D Maatregelen ≥100 kW€ 9.690.334€ 13.411.270Op basis van bovenstaande cijfers is de verwachting dat, ondanks dat de aanvragen nog moeten worden beoordeeld en afgewezen kunnen worden, onderdeel c en d overtekend blijven. Daarentegen worden de budgetten van onderdeel a en b mogelijk niet uitgeput.
Eventueel overgebleven budget zal dus eerst van onderdeel b worden toegevoegd aan onderdeel d. Vervolgens zal eventueel overgebleven budget worden overgeheveld naar de subsidieplafonds van de overige onderdelen. Op basis van de huidige uitputting valt te verwachten dat het eventuele overgebleven budget naar onderdeel c zal gaan. Er is gekozen voor deze volgorde met het oog op het behoud van de oorspronkelijke budgetverhoudingen en de onderliggende uitgangspunten.
Na de sluiting van de tot en met 15 oktober 2026 lopende openstellingsperiode zal door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) inzichtelijk worden gemaakt of en hoeveel budget er over is van onderdeel b. RVO zal vervolgens binnen twee weken na de openstellingsperiode alle binnengekomen aanvragen van onderdeel d beoordelen op compleetheid. Op basis van deze gegevens zal het nieuwe subsidieplafond voor onderdeel d worden bepaald. Vervolgens wordt gekeken hoeveel budget er over is en worden overige aanvragen beoordeeld. Op basis hiervan wordt het subsidieplafond voor de overige onderdelen bepaald.
Terug naar overzichtContactgegevens
InnoFunding B.V.
Nieuwe Gracht 7
2011 NB Haarlem
Mail: info@innofunding.nl
