Nieuws
15
Regeling voor herplaatsing van flexwoningen aangepast
Bij het instellen van de regeling is aangekondigd dat na een jaar op basis van de eerste ervaringsgegevens een eerste evaluatie zou worden uitgevoerd om de effectiviteit van de regeling te achterhalen en de regeling waar wenselijk te verbeteren. Uit deze evaluatie zijn twee aanbevelingen voortgekomen.
De eerste aanbeveling is om de eigen bijdrage uit de regeling te schrappen. De regeling verplicht de subsidieontvanger om binnen drie maanden na de beschikkingsdatum een eigen bijdrage te betalen van € 1000 per flexwoning. Uit de evaluatie blijkt dat deze kosten voor sommige woningbouwcorporaties, met name bij kleinere projecten, een reden zijn om geen gebruik te maken van de regeling. Dezelfde aanbeveling kwam ook naar voren in de consultatiereacties van Aedes, Ymere en de VNG. Deze aanbeveling is niet overgenomen, aangezien deze aanpassing budgettaire gevolgen heeft.
Daarnaast volgt uit de evaluatie de aanbeveling om de administratieve lasten te verminderen. Voorbeelden uit de evaluatie zijn de verplichting om een accountantsverklaring of bestuurdersverklaring te overleggen en de normen die in de regeling worden genoemd en waar bij een subsidieaanvraag op getoetst dient te worden. Naar aanleiding van deze aanbeveling is ervoor gekozen de verplichte bestuurdersverklaring te schrappen. Hierdoor wordt de administratieve verplichting enigszins verminderd. Er is niet voor gekozen om de accountantsverklaring te schrappen, omdat de accountantsverklaring zekerheid geeft over de correcte inhoud van de aangeleverde documenten. Dit is van belang voor de controle op en verantwoording omtrent de subsidie.
Daarnaast zijn enkele aanvullende technische normen die golden voor het in aanmerking komen voor de subsidie geschrapt. Dit betreft de technische normen met betrekking tot de duurzaamheid van de flexwoning, die aanvullend waren op het vereiste kwaliteitsniveau op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Los van de evaluatie heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) op basis van de eigen ervaringen als uitvoerder van de regeling, aanbevelingen gedaan. Een aantal van deze aanbevelingen heeft geleid tot wijzigingen in de regeling, namelijk:
- verduidelijken van de definitie van 'start van de bouwwerkzaamheden': door de definitie van ‘start van de bouwwerkzaamheden’ gelijk te trekken met de definitie in de Meerjarige stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen 2023 is duidelijkheid gegeven wanneer hier sprake van is;
- toevoegen van de verplichting om bij de aanvraag een specificatie van de verwachte bouwkosten te overleggen: op aanbeveling van RVO is toegevoegd dat een kostenspecificatie van de bouwkosten volgens een format van RVO naast de begroting meegestuurd wordt bij de aanvraag;
- toevoegen van discretionaire ruimte wanneer een aanvraag niet volledig aan de technische voorwaarden van de regeling voldoet: in de praktijk blijkt dat een bouwwerk als geheel soms net niet aan de in de regeling gestelde duurzaamheidseisen kan voldoen, terwijl de flexwoningen zelf wel voldoende duurzaam zijn. RVO deed daarom de aanbeveling om in de regeling discretionaire ruimte op te nemen om in sommige gevallen af te kunnen wijken van de voorwaarden. In plaats van het toevoegen van discretionaire ruimte is ervoor gekozen om de technische duurzaamheidseisen, die golden in aanvulling op de eisen uit het Bbl, te schrappen.
Over de regeling
Het doel van de regeling is om te zorgen voor financieel acceptabele risico’s voor investeerders bij de realisering van flexwoningen in Nederland. Hierdoor moet een flexibele schil in de woningvoorraad ontstaan ten behoeve van de versnelde huisvesting van ontheemden én mensen die door hun inkomen of anderszins moeilijkheden ondervinden bij het vinden van passende huisvesting.
Contactgegevens
InnoFunding B.V.
Nieuwe Gracht 7
2011 NB Haarlem
Mail: info@innofunding.nl
