Nieuws
11
Subsidieregeling praktijkleren en groene plus gewijzigd
De Regeling Praktijkleren en Groene Plus vormt de basis voor aanvullende bijdragen aan de groene onderwijsinstellingen en voor een aantal subsidies. Als gevolg van het Regeerakkoord zullen de zogenaamde 'groene plus' middelen na 2015 worden beëindigd. Dit was aanleiding tot een intensieve dialoog met verschillende onderwijsinstellingen en met het groene bedrijfsleven en heeft geleid tot een nieuwe regeling, met als doel: het zoveel mogelijk terugdringen van subsidies en deze zoveel mogelijk beschikbaar stellen binnen één kader van aanvullende middelen.
De regeling geeft onderwijsinstellingen de gelegenheid in hun eigen strategisch plan in de versterking van hun positie binnen en voor de kennisinfrastructuur te investeren. Door deze investeringen kunnen de instellingen hun prestaties op punten, die met name het bedrijfsleven en de overheid belangrijk vinden, verbeteren. Deze punten zijn opgenomen in een landelijke agenda, die in de regeling is vastgesteld. Om de aanvullende middelen te mogen besteden, heeft elke groene instelling een goedgekeurd meerjarig investeringsprogramma (MIP) nodig. In de MIP verantwoorden de instellingen vooraf, op welke manier zij invulling willen geven aan de landelijke agenda. Op dit moment beschikken alle instellingen over een goedgekeurd MIP. Het vernieuwde MIP moet voor 1 december 2013 worden ingediend, waarbij rekening moet worden gehouden met de wijzigingen die in de invulling van de landelijke agenda zijn aangebracht. De aanvullingen zijn tot stand gekomen in samenwerking met het bedrijfsleven en de instellingen.
De wijzigingen hebben betrekking op de invulling van de landelijke agenda. Deze landelijke agenda bestaat uit vier thema's:
1. Versterking van de kennisinfrastructuur. Dit heeft met name betrekking op de activiteiten die een actieve kennisverspreiding naar, en kenniscirculatie met, bedrijven en andere organisaties inhouden. Hierbij gaat het om versterking van de responsiviteit van de instelling voor vragen aan het kennisstelsel vanuit bedrijven en organisaties. De instellingen kunnen de investeringsmiddelen gebruiken om hun organisatie hierop in te richten en hun personeel hiervoor te scholen. Dit leidt tot betere dienstverlening in door en in het verlengde van het aanbod van bekostigde opleidingen;
2. Ontwikkeling van een opleidingenaanbod, dat de instellingen doelmatig kunnen aanbieden en effectief kunnen inzetten met het oog op de vraag van bedrijven en organisaties. Dat kan door samenwerkingsverbanden aan te gaan met andere instellingen om bij voorbeeld een (gedeelte van) bepaalde opleidingen gezamenlijk te organiseren (eerste actielijn). Dat kan ook door de deskundigheid van kleine opleidingen te bundelen en gezamenlijk te onderhouden (tweede actielijn). Door de kleinschaligheid en de landelijke spreiding van veel groene opleidingen is het voor instellingen soms moeilijk om deze deskundigheid op peil te houden;
3. Versterking van authentiek leren. Authentiek leren is een actieve manier van leren in echte werksituaties, met de daarbij horende rijke en realistische context en cultuur. Authentiek leren is een centraal begrip in de Human Capital Agenda (HCA) van de beide topsectoren Agro-Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen. De HCA bevat acties met het oog op een optimale aansluiting tussen opleidingen en bedrijven binnen de topsectoren, bedoeld om hun leidende economische positie te kunnen blijven waarmaken. Twee actielijnen krijgen daarbij prioriteit: het inzetten van innovatieve bedrijven en organisaties als leeromgeving (beroepspraktijkvorming, stages, excursies e.d.), zodat deelnemers en studenten in aanraking komen met de nieuwste toepassingen en processen en met een ondernemende en innovatie-gerichte beroepshouding, en de inhuur van deskundigen uit het bedrijfsleven die actuele kennis en vaardigheid kunnen inbrengen (de zogenaamde ‘vakkracht voor de klas’);
4. Inhoudelijke vernieuwing van opleidingen op punten die samenhangen met prioriteiten binnen het beleid. In dit thema treedt de overheid zelf als vraagpartij op, in tegenstelling tot de eerste drie thema's, die vooral vanuit de vraag van het bedrijfsleven voortkomen. Het gaat in dit vierde thema om aspecten, die verband houden met het stimuleren van gewenste maatschappelijke ontwikkelingen. De instellingen kunnen hierop aansluiten door de kennisinfrastructuur, en met name de inhoud van de opleidingen en het curriculum, te versterken in aansluiting op deze prioriteiten. Groene groei is een prioriteit. Het gaat daarbij om groeimogelijkheden voor de economie, met name binnen de groene sector, met minder beslag op klimaat, water, bodem, grondstoffen, energie en biodiversiteit.
Contactgegevens
InnoFunding B.V.
Nieuwe Gracht 7
2011 NB Haarlem
Mail: info@innofunding.nl
