Nieuws

sep
9

Evaluatie van subsidies voor verduurzaming veehouderij

De SBV bestaat uit de innovatie- en de investeringsmodule. De innovatiemodule is gericht op het ontwikkelen en bemeten van nog niet-bewezen innovatieve integrale, brongerichte maatregelen die de uitstoot van ammoniak, broeikasgas, geur en fijnstof verminderen. Er zijn drie openstellingen van deze module geweest.

De investeringsmodule is gericht op de aanschaf en het gebruiksklaar maken van bewezen innovaties. Deze module is in totaal ook drie keer opengesteld, waarvan twee keer in het kader van fijnstofreductie voor pluimvee en één keer binnen de aanpak piekbelasting.

Evaluatieopzet en samenvatting resultaten
De hoofdvraag van de uitgevoerde evaluatie is in hoeverre de SBV heeft bijgedragen aan het ontwikkelen en implementeren van emissiereducerende innovaties. Bij de evaluatie is gekeken naar de periode 2020 tot 2023, wat betekent dat de drie openstellingen van de innovatiemodule en de eerste twee openstellingen van de investeringsmodule zijn meegenomen.

Doeltreffendheid en doelmatigheid
In totaal zijn er 61 projecten gehonoreerd binnen de innovatiemodule. Hiervan zijn 53 projecten nog in fase 1 (voorbereiding), vijf projecten in fase 2 (meten), één project heeft fase 2 afgerond en twee projecten zijn gestopt. Omdat er op dit moment nog maar één project de meetfase heeft voltooid, kan nog geen oordeel worden gegeven over de doeltreffendheid van de module. Wel blijkt dat de module heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van innovaties waarmee emissies in de veehouderij verminderd kunnen worden.

In totaal zijn er – op basis van de eerste twee openstellingen – 203 projecten gehonoreerd vanuit de investeringsmodule. Hiervan zijn 137 projecten vastgesteld, 31 projecten nog in beheer en 35 projecten gestopt. In de evaluatie komt naar voren dat meer dan de helft van de subsidieontvangers aangeeft dat zij de bewezen staltechniek niet aangeschaft zouden hebben zonder subsidie. Daarmee kan worden gesteld dat de module heeft bijgedragen aan fijnstofreductie in de pluimveehouderij.

Reflecties voor toekomstige openstellingen
Een specifiek aandachtspunt heeft betrekking op de opschaalbaarheid van innovaties binnen de innovatiemodule. Een hogere mate van opschaalbaarheid zou ervoor kunnen zorgen dat innovaties die ontwikkeld worden in de innovatiemodule, breder uitgerold kunnen worden in een daaropvolgende openstelling van de investeringsmodule. Daarom wordt in de evaluatie het advies gegeven om bij de voorwaarden voor deelname aan de innovatiemodule meer aandacht te besteden aan het aspect van opschaalbaarheid.

In het evaluatierapport wordt ook gewezen op het feit dat ontwikkelaars van emissiearme stalinnovaties niet verplicht deel hoeven te nemen aan het project. Dit zorgt ervoor dat opschaalbaarheid beperkt meegewogen wordt, aangezien het belang van een veehouder vaak beperkt is tot het eigen bedrijf terwijl een stalontwikkelaar meer belang heeft bij een bredere uitrol van een techniek. Daarnaast betekent de afwezigheid van een (verplichte) deelname van de stalontwikkelaar dat het financiële risico bij de veehouder komt te liggen.

Het rapport benoemt ook het feit dat grote innovaties risicovol kunnen zijn voor agrarische bedrijven. Wanneer een innovatie niet blijkt te werken zoals verwacht, dan kan dit zorgen voor een beperkte investeringsruimte voor bedrijven om alsnog een werkzaam emissiearm stalsysteem te installeren. Om die reden is het van belang om binnen de SBV meer inhoudelijke flexibiliteit te bieden voor het wijzigen van investeringsplannen.

Een ander punt waar in het rapport naar verwezen wordt, is dat de daadwerkelijke emissiereductie van (innovatieve) emissiearme staltechnieken deels afhangt van goed onderhoud (waaronder de schoonmaak) en gebruiksvriendelijkheid van het systeem. Er wordt daarom aanbevolen om aandacht te hebben voor een integrale aanpak bij de toepassing van emissiereducerende techniek om zo emissies te minimaliseren.

Ook komt naar voren dat, voor de innovatiemodule, de periode tussen publicatie van de regeling en sluiting van de openstelling relatief kort is geweest. Dit heeft het in het verleden lastig gemaakt voor veehouders en betrokken partijen om tot samenwerkingsverbanden te komen en projectplannen op te stellen. Aanvullend is het daarom ook van belang om aandacht te besteden aan de openstellingsperiode.

Beleidsreactie
Wiersma laat in haar beleidsreactie weten blij te zijn dat de SBV een belangrijke bijdrage levert aan de ontwikkeling van innovaties. De 61 innovatieprojecten die subsidie hebben gekregen, laten zien dat er in de sector voldoende innovatiekracht is om te werken aan oplossingen voor de toekomst. Om die innovatiekracht verder te stimuleren, wil de minister prioriteit geven aan de lopende innovatieprojecten en kijken hoe die verder geholpen kunnen worden.

Naast het verder helpen van de lopende projecten vindt Wiersma het ook van belang om te kijken hoe nieuwe innovatieve ideeën verder geholpen kunnen worden. Aanvullend daarop beziet ze wanneer een nieuwe openstelling van de innovatiemodule (of vergelijkbaar) weer van toegevoegde waarde zal zijn. Daarbij is wel relevant dat de SBV sinds 20 mei 2025 is vervallen. Daardoor is het niet mogelijk om de module zoals voorheen opnieuw open te stellen, maar zal er een nieuwe regeling moeten komen met de daarbij behorende procedures.

Gezien de potentiële grote bijdrage aan het verminderen van emissies door stalmaatregelen is het volgens de minister van belang dat er, naast onderzoek en ontwikkeling, ook gewerkt wordt aan het toepassen van bewezen maatregelen. De evaluatie laat zien dat de eerste twee openstellingen van de investeringsmodule een doelmatige en doeltreffende manier lijken te zijn om de toepassing van deze maatregelen te bevorderen. Een dergelijk instrument zou in de toekomst weer ingezet kunnen worden om het toepassen van stalmaatregelen ten behoeve van emissiereductie te stimuleren.

Verlenging projectduur innovatiemodule
Zowel de evaluatie als een eerdere knelpuntenanalyse van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) identificeren vertragingen in veel van de projecten binnen de innovatiemodule. Gezien het maatschappelijke belang in het verkrijgen van bewezen emissiereducerende technieken heeft Wiersma daarom besloten om ondernemers die deelnemen aan de innovatiemodule de optie te bieden om extra uitstel van drie jaar aan te vragen voor het afronden van hun project. Hiermee hebben de veehouders nu maximaal tien jaar om hun project uit te voeren.

Meer informatie
Kijk voor meer informatie op: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/09/08/evaluatie-subsidiemodules-brongerichte-verduurzaming-stal-en-managementmaatregelen-sbv

Terug naar overzicht