Nieuws
4
Internetconsultatie voorgenomen wijziging OWE-regeling
Met de wijziging worden enkele criteria geïntroduceerd en aangepast om de slagingskans van projecten te bevorderen. Voorheen werd het formaat van een waterstofproductie-installatie uitgedrukt in megawatt (MW) inputvermogen. Dit wordt aangepast naar MW outputvermogen. De regeling is bedoeld voor installaties met een minimaal outputvermogen van 0,5 MW.
Maximale subsidie
Er geldt een maximum aan het totale subsidiebedrag per project. Voorheen bedroeg het maximale subsidiebedrag de helft van het subsidieplafond, oftewel € 499.165.000. Omdat er voor de nieuwe openstelling een lager subsidieplafond beschikbaar zal zijn, wordt dit aandeel verhoogd naar maximaal drie-vierde deel van het subsidieplafond (oftewel € 375.000.000).
Rangschikking
Het subsidieplafond wordt verdeeld door middel van rangschikking. Aanvragen met de meeste punten komen als eerste voor subsidie in aanmerking. Punten zullen worden toegekend op basis van vijf rangschikkingscriteria.
Het financiële criterium 'euro per MW elektrolysevermogen' blijft het belangrijkste rangschikkingscriterium. Hierbij geldt dat hoe lager de subsidiebehoefte van een project is in € per MW outputvermogen, des te hoger de aanvraag wordt gerangschikt. Daarnaast worden er vier niet-financiële rangschikkingscriteria geïntroduceerd. De vijf rangschikkingscriteria en bijbehorende maximaal te behalen punten zijn als volgt:
- hoogte subsidie in € per MW output: maximaal 80 punten;
- de mate waarin de afname van de geproduceerde waterstof is zeker gesteld: maximaal 8 punten;
- of de aanvrager benodigde vergunningen al heeft aangevraagd of heeft verkregen: maximaal 5 punten;
- of de aanvrager de elektriciteitsaansluiting heeft zeker gesteld: maximaal 4 punten;
- de mate waarin de aanvrager de geraamde investeringskosten heeft onderbouwd: maximaal 3 punten.
Zodoende omvat het financiële rangschikkingscriterium maximaal 80 punten en beslaan de niet-financiële rangschikkingscriteria maximaal 20 punten. De puntentoekenning geschiedt met behulp van tabellen die mogelijke situaties koppelen aan puntenaantallen. Deze tabellen, met aanvullende toelichting, zijn te vinden in de bijlage die deel uitmaakt van de gewijzigde regeling.
Aanvraagprocedure
De subsidieaanvraag wordt uitgebreid. Aanvragers moeten straks een verklaring indienen waaruit blijkt dat een subsidieaanvrager geen onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in de Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU 2014/C 249/01). Naast deze toevoeging zal het projectplan van de subsidieaanvraag minimaal vijf mijlpalen bevatten (in plaats van drie). Door het aantal mijlpalen te verhogen kan een project beter gevolgd en getoetst worden op voortgang en haalbaarheid, zowel bij het beoordelen van de aanvraag als bij momenten van uitbetaling.
Afwijzingsgronden
De afwijzingsgronden voor een subsidieaanvraag worden uitgebreid met één nieuw onderdeel. Een subsidieaanvraag wordt afgewezen als uit de haalbaarheidsstudie blijkt dat het eigen vermogen dat de subsidieaanvrager zal inzetten voor de financiering van de waterstofproductie-installatie, anders dan het aangevraagde investeringssubsidiedeel, minder dan 10% bedraagt van de totale investeringskosten van de waterstofproductie-installatie.
Ontheffing
Er wordt een langere ontheffingsperiode voorgesteld. Voorheen was er sprake van een realisatietermijn van vijf jaar met een ontheffing van hoogstens twee jaar. De ontheffing wordt straks hoogstens drie jaar.
Reageren?
Er kan tot en met 31 mei 2026 worden gereageerd op de voorgenomen wijziging van de regeling. Dit kan via: https://www.internetconsultatie.nl/owe3/b1
Contactgegevens
InnoFunding B.V.
Nieuwe Gracht 7
2011 NB Haarlem
Mail: info@innofunding.nl
