Nieuws
3
Update SDE++: resultaten 2025 en openstelling 2026
Resultaten SDE++-openstellingsronde 2025
Voor de openstellingsronde van de SDE++ in 2025 was een budget van € 8 miljard beschikbaar. Uit de resultaten blijkt dat de SDE++ onverminderd van belang is voor de uitrol van technieken die bijdragen aan de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de verduurzaming van de glastuinbouw. Een voorbeeld hiervan is de relatief nieuwe categorie lucht-water-warmtepomp, die een verdubbeling van het aantal beschikkingen heeft doorgemaakt sinds afgelopen jaar, met 66 beschikkingen (ter waarde van € 562 miljoen). De resultaten laten ook zien dat de SDE++ sterk bijdraagt aan de reductie van CO2 in Nederland, met een verwachte besparing van 0,45 Mton CO2 door vier projecten voor CO2 afvang en opslag, en een totale verwachte CO2 reductie van 1,74 Mton in deze ronde tot nu toe.
Zoals eerder vermeld in de Kamerbrief over de voorlopige resultaten van deze ronde betrof het totaal aangevraagd budget ongeveer € 22 miljard. Op dit moment hebben 283 projecten een positieve beschikking ontvangen, voor een budget van circa € 8 miljard. Er is nog voor circa € 0,7 miljard aan aanvragen in beoordeling door RVO. Dit betekent dat het budget waarschijnlijk wordt uitgeput, maar dat de concurrentie binnen de veiling niet zo groot was als eerder gedacht. Mede doordat de aanvragen binnen het domein hernieuwbare elektriciteit beperkt waren, een dalende trend die al langer te zien is, en ook bij CCS/CCU geen sprake is van zeer groot budgetbeslag, hebben de hekjes in de praktijk geen effect gehad bij het toekennen van beschikkingen. Wel kan het zo zijn dat de hekjes, en de zekerheid van beschikbaar budget voor de domeinen moleculen, lage-temperatuur-warmte en hoge-temperatuur-warmte, hebben bijgedragen aan de hoeveelheid aanvragen in deze domeinen.
Bij de beoordeling is gebleken dat veel aanvragen niet voldeden aan de voorwaarden, zoals aanwezigheid van de verplichte vergunningen. Ook hebben projecten zich in een laat stadium na aanvraag nog teruggetrokken. Het gaat daarbij om projecten waarbij het leveren van een bankgarantie een voorwaarde is voor de beschikking.
SDE++-openstellingsronde 2026
De openstellingsronde van de SDE++ in 2026 gaat vanwege onvoorziene vertraging in de voorbereiding van de openstelling ongeveer een maand later open, van 27 oktober 2026 tot 26 november 2026.
De regelingen met daarin de details van de openstellingsronde zullen binnenkort worden gepubliceerd en de RVO zal bedrijven via zijn website nader informeren over de regelingen en praktische zaken voor de voorbereidingen van de subsidieaanvragen voor projecten. In haar brief licht van Veldhoven-van der Meer alvast enkele punten uit met betrekking tot de komende openstelling, die hieronder kort worden toegelicht.
Differentiatie CO2-opslag tarieven
De SDE++ is sinds 2025 ook opengesteld voor Nederlandse emittenten die bij de toepassing van CCS CO2 in het buitenland op willen slaan. Dit vloeit voort uit de staatssteunvereisten van de Europese Commissie. Zoals in de vorige Kamerbrief toegezegd is met het oog op passende stimulering de geschiktheid van de CCS-basisbedragen voor CO2-opslag in het buitenland door Xodus onderzocht. De uitkomsten van het onderzoek geven aanleiding tot een nader onderscheid in de verwerkingstoeslagen voor CO2-transport en -opslag. Dit onderscheid zal worden gemaakt op basis van de transportcapaciteit en de benuttingsgraad van de pijpleiding, die bepalend zijn voor kostenverschillen tussen diverse opslaglocaties. Deze basisbedragen worden gepubliceerd in de regelingen.
Om openstelling van deze categorieën en de differentiatie van de basisbedragen mogelijk te maken dienen er uitvoeringstechnische aanpassingen, waaronder in de ict, gedaan te worden. Om aanvragers ook voldoende tijd te geven hun aanvraag voor te bereiden is het noodzakelijk de SDE++ 2026 circa een maand later open te stellen.
Om bij te dragen aan passende stimulering van CCS zal voorafgaand aan de 2027-ronde van de SDE++ opnieuw onderzoek worden uitgevoerd naar de kosten van CO2-transport en -opslag. Onderdeel van dit onderzoek is een open consultatie waar aanbieders van CO2-transport- en opslag uit het binnen- en buitenland aan mee kunnen doen. De resultaten van dit onderzoek zullen voorafgaand aan de 2027-ronde worden gepubliceerd.
Omgang met meeropbrengsten uit de verkoop van CDR-credits
Ontwikkelingen in beleid en regelgeving, zoals herziening van EU-ETS en/of regulering op het gebied van de markt voor (certificering van) negatieve emissies, kunnen gaan zorgen voor extra stimulering van CO2-reductie door middel van de inzet van CCS of CCU. Bepaalde technieken binnen de SDE++ zullen (op termijn) meer broeikasgassen uit de atmosfeer verwijderen dan ze in de hele keten uitstoten. Er is dan sprake van negatieve emissies. Dit is bijvoorbeeld het geval bij CCS bij afvalverbrandingsinstallaties (avi's) en Direct Air Capture (DAC), vanwege het verwijderen van biogene of atmosferische CO2. Voor het permanent verwijderen van CO2 kunnen deze projecten certificaten – zogenaamde Carbon Dioxide Removal (CDR) Credits – ontvangen, die vervolgens verhandeld kunnen worden. Emittenten kunnen dus inkomsten genereren uit de verkoop van deze CDR-credits. Momenteel vindt de handel in deze credits op vrijwillige en informele basis plaats.
Het is noodzakelijk om binnen de SDE++ te corrigeren voor marktinkomsten. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) neemt de inkomsten uit CDR-credits momenteel nog niet mee in de correctiebedragen, omdat het PBL nog geen generieke waarde kan vaststellen. Zoals ook in de Kamerbrief over de openstelling van 2025 is aangegeven, wordt de generieke waarde van de certificaten verwerkt in het correctiebedrag zodra het PBL deze waarde kan bepalen. Dit zal op dezelfde manier werken als voor de CCS-categorieën in de SDE++ waar een ETS-correctie wordt toegepast. De eventuele marktinkomsten zijn, evenals eventuele extra kosten, nu al wel onderdeel van de toets op overstimulering, waarna het subsidiebedrag aangepast kan worden. RVO voert deze toets één jaar na realisatie van het project uit en de toets kan (als daar aanleiding toe is) ieder jaar opnieuw worden uitgevoerd.
Transport- en opslagverklaring bij aanvraag CCS
Voor de komende openstelling is het rapport 'vereiste informatie transport- en opslagverklaring' niet langer vereist als bijlage bij CCS-projecten. Zekerheid over de geschiktheid van het opslagproject is voldoende ondervangen doordat voor de opslaglocatie een CO2-opslagvergunning nodig is.
Openstelling CCS met koolstofarme waterstof
Er is onderzocht of binnen de SDE++ een categorie zou kunnen worden opengesteld voor CCS-projecten met koolstofarme waterstof uit restgassen die reeds een bestaande SMR- (Steam Methane Reforming) én een bestaande CO2-afvanginstallatie hebben. Nadere verkenning wijst uit dat deze categorie op korte termijn niet inpasbaar is in de SDE++.
Vormgeving categorieën met een hogetemperatuur-warmtepomp
Via de SDE++ wordt ook de verduurzaming van warmte in warmtenetten gestimuleerd. In 2026 is het mogelijk om subsidie aan te vragen voor een hogetemperatuur-warmtepomp in combinatie met geothermie, aquathermie (als onderdeel van de categorie voor middentemperatuur) en restwarmte als bron van warmte. De exacte voorwaarden worden opgenomen in de uitwerking van de regelgeving.
Transportindicatie zon-PV
Uit onderzoek blijkt dat veel zon-PV projecten met een SDE++-beschikking niet tot realisatie komen, waarbij netcongestie één van de hoofdoorzaken is. Om deze vrijval van projecten te verminderen, wordt de transportindicatie aangescherpt, zodat de transportindicatie beter aansluit bij de mogelijkheid om een netaansluiting te krijgen. De netbeheerders en Partners in Energie zullen het beoordelingskader voor aanvragen van een transportindicatie zo spoedig mogelijk publiceren.
Aanpassing realisatietermijnen
Voor een aantal specifieke categorieën heeft de RVO gesignaleerd dat de realisatietermijn van vier jaar niet passend is, door de complexiteit van de technieken en projecten die gerealiseerd worden. Daarom is besloten om voor de categorieën waterstof uit elektrolyse, productie van waterstof door vergassing van afval, biomassavergassing en biomethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa de realisatietermijn aan te passen naar vijf jaar. Dit geldt voor nieuwe projecten die vanaf de SDE++ ronde van 2026 een aanvraag zullen doen.
Invoedingstarief
ACM onderzoekt sinds 2023 de invoering van een producententarief, waarbij niet alleen de afnemer, maar ook de producent (invoeder) betaalt voor het elektriciteitsnet (het invoedingstarief). ACM heeft inmiddels bekendgemaakt dat er overgangsrecht wordt toegepast bij projecten waarvoor een finale investeringsbeslissing is genomen voor ingang van het invoedingstarief (voorzien voor 1 januari 2032). Voor deze projecten geldt een overgangstermijn van 20 jaar waarin zij geen invoedingstarief hoeven te betalen. Dit betekent dat partijen die in 2026 een aanvraag indienen bij de SDE++ en waarbij de projecten binnen de realisatietermijn in gebruik worden genomen, onder het overgangsrecht vallen.
Verklaring van vergunbaarheid
Tot nu toe geldt in de SDE++ dat aanvragers van subsidie voor elektrificatie-projecten moeten beschikken over de vergunningen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van de productie-installatie. In sommige gevallen kan er vertraging of onzekerheid in de realisatie van de projecten ontstaan, bijvoorbeeld door een lang vergunningstraject, terwijl het project verder vergevorderd genoeg is om een subsidieaanvraag te doen. Om die reden is in 2025 reeds besloten om niet langer te vragen naar de vergunning voor een technische bouwactiviteit (behalve bij hernieuwbare elektriciteitsprojecten).
Voor de SDE++ in 2027 kan de verklaring van vergunbaarheid voor de categorieën elektrische boiler, industriële warmtepomp en procesgeïntegreerde warmtepomp naar verwachting worden gebruikt als alternatief voor een volledig verstrekte vergunning. Dit moet de elektrificatie van de industrie versnellen. Hierbij is het uitgangspunt dat de verklaring in heel Nederland afgegeven kan worden op basis van een eenduidig format. De verklaring van vergunbaarheid in de SDE++ wordt met het oog op de openstelling van de SDE++ in 2027 verder voorbereid. RVO en de omgevingsdiensten werken de komende tijd aan een goed werkbaar uitvoeringsproces ten behoeve van deze aanpassing.
Coulance uitgifte garanties van oorsprong voor groen gas
Producenten van gas uit hernieuwbare bronnen kunnen voor hun productie garanties van oorsprong ontvangen. Een garantie van oorsprong dient als het uitsluitende bewijs van de hernieuwbaarheid van gas. Op de garantie van oorsprong staat vermeld of het geproduceerde gas uit hernieuwbare bronnen gesubsidieerd of ongesubsidieerd is. Hierbij gaat het grofweg om de vraag of de producent de garantie van oorsprong gebruikt om subsidie (SDE++) te ontvangen of dat de garantie van oorsprong wordt gebruikt voor een andere verplichting, zoals bijvoorbeeld voor het verkrijgen van emissiereductie-eenheden voor de inzet in vervoer of voor andere ongesubsidieerde doeleinden.
Sinds medio 2025 wordt de producent gevraagd om deze keuze op een gewijzigde manier door te geven. Hierbij geldt dat de producent voor het einde van de eerste maand waarop de productie betrekking heeft aan VertiCer de gegevens moet doorgeven. Gebleken is dat in meerdere gevallen producenten een verkeerde productiesubsidiekeuze hebben doorgegeven, waardoor vervolgens garanties van oorsprong zijn aangemaakt met een ander kenmerk (wel productiesubsidie/geen productiesubsidie) dan door de producent beoogd. Dit heeft tot gevolg gehad dat deze producenten niet het soort garanties van oorsprong hebben ontvangen dat zij nodig hebben om te voldoen aan de verplichtingen die ze hebben, met eventuele (financiële) nadelen als gevolg. De verantwoordelijkheid voor het doorgeven van de juiste informatie ligt bij de producenten. In dit specifieke geval wordt aangenomen dat het doorgeven van de verkeerde keuze een tijdelijke situatie betrof, veroorzaakt door onbekendheid met de aangepaste wijze van doorgeven van de betreffende informatie aan VertiCer. Gezien de omstandigheden heeft VertiCer bij hoge uitzondering uit coulance aan de producenten de mogelijkheid geboden om reeds uitgegeven garanties van oorsprong in de periode juli tot en met december 2025 terug te trekken en vervolgens opnieuw uit te geven met de juiste kenmerken.
Meer informatie
Kijk voor meer informatie (de Kamerbrief inclusief bijlagen) op: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2026Z15735&did=2026D35280
Contactgegevens
InnoFunding B.V.
Nieuwe Gracht 7
2011 NB Haarlem
Mail: info@innofunding.nl
