Nieuws

jul
2

Kamerbrief over effectiviteit van parameterwijzigingen WBSO

Staatssecretaris Keijzer (EZK) heeft de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de effectiviteit van parameterwijzigingen binnen de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO).

In de brief – geschreven naar aanleiding van de motie Bruins/Amhaouch – gaat Keijzer in op de effectiviteit van verschillende mogelijke parameteraanpassingen binnen de WBSO. In de bijlage bij de brief staat bovendien een beschrijving van de resultaten van empirische studies naar de effecten van fiscale regelingen die onderzoek en ontwikkeling bij bedrijven stimuleren. Daarbij is gebruik gemaakt van internationaal wetenschappelijk onderzoek en van verschillende evaluaties van de WBSO zelf.

De in de brief beschreven zaken betreffen de verwachte effectiviteit van aanpassingen van de percentages (tarieven) binnen de WBSO en – zoals de motie in het bijzonder verzoekt – de verwachte effectiviteit van een schijfverlenging en de introductie van een extra schijf tussen de huidige eerste en tweede schijf van de WBSO.

De motie vraagt niet om aan de verschillende uitkomsten beleidsmatige conclusies te verbinden. Het is gezien de demissionaire status van het kabinet ook aan een volgend kabinet om op basis van de nu in de brief beschreven bevindingen en conclusies te bezien of er aanleiding is voor een parameteraanpassing, aldus Keijzer. Wel geeft de staatssecretaris in haar brief enkele overwegingen mee, die een volgend kabinet kan meewegen bij de vormgeving van de WBSO in de toekomst.

Samenvatting bevindingen en conclusies
De WBSO kent drie tarieven: het reguliere tarief voor de eerste schijf (in beginsel 32%, in 2021 eenmalig 40%), het verhoogde starterstarief in de eerste schijf (in beginsel 40%, in 2021 eenmalig 50%) en het tarief voor de tweede schijf (16%). Het tarief voor de tweede schijf is van toepassing voor zover een bedrijf per jaar meer R&D-(loon)kosten en uitgaven heeft dan de schijfgrens (€ 350.000) binnen de WBSO. Parameteraanpassingen kunnen dus bestaan uit verhoging of verlaging van de drie genoemde tarieven, verhoging of verlaging van de schijfgrens of het toevoegen of schrappen van schijven en daarbij vast te stellen schijfgrenzen.

De belangrijkste conclusie is dat niet met zekerheid te voorspellen is welke van deze parameteraanpassingen de grootste positieve impact zouden hebben op de effectiviteit van de WBSO. Tevens kan geconcludeerd worden dat de WBSO op hoofdlijnen goed aansluit bij de bevindingen uit het meest recente en toonaangevende internationale onderzoek wat betreft de vormgeving van effectieve fiscale regelingen om R&D te stimuleren. Die hoofdlijnen zijn een stelsel met schijven waarbij een aanzienlijk hoger tarief voor lagere uitgaven aan R&D (eerste schijf) geldt dan voor hogere uitgaven aan R&D (hoogste schijf). De optimale hoogte van de verschillende tarieven is niet vast te stellen.

Schijfverlengingen zijn in het verleden effectief gebleken, maar gezien de huidige vormgeving zullen de effecten van een verdere schijfverlenging naar verwachting kleiner zijn dan in het verleden. Een extra schijf tussen de eerste en tweede schijf lijkt een meer voor de hand liggende optie. In hoeverre daarmee de effectiviteit van de WBSO in totaliteit verhoogd zou worden, is echter onzeker.

Meer informatie
Kijk voor meer informatie op: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/07/01/kamerbrief-over-effectiviteit-van-parameterwijzigingen-binnen-de-wbso

Terug naar overzicht