Nieuws

aug
1

Akkoord op hoofdlijnen Cohesiebeleid bereikt

De onderhandelaars van het Europees Parlement (EP) en de Raad van de Europese Unie hebben een akkoord bereikt over het Cohesiebeleid 2014-2020. De naam ‘Structuurfondsen’ zal veranderen in ‘Europese Structuur- en Investeringsfondsen’ (ESIF).

De Europese Commissie (EC) heeft voorgesteld om de middelen uit het Cohesiebeleid geconcentreerd in te zetten op elf thema’s. In het nu overeengekomen akkoord zijn ten opzichte van dit voorstel minimale wijzigingen overeengekomen. Voor het beleidsterrein onderwijs is afgesproken dat ook het middelbaar beroepsonderwijs expliciet wordt opgenomen. In het voorstel van de EC zouden de meer ontwikkelde regio’s 80% van hun EFRO-middelen dienen te besteden aan de doelstellingen Onderzoek en Innovatie (O&I), duurzaamheid en het mkb. De onderhandelaars hebben daar als vierde doelstelling ICT aan toegevoegd.

Vanaf 2014 zal het mogelijk zijn om voor de financiering van één project van meerdere fondsen gebruik te maken. Dit geldt niet alleen voor de verschillende ESIF onderling, maar ook andere fondsen kunnen worden gecombineerd met de ESIF. Zo wordt het bijvoorbeeld mogelijk om een project te financieren vanuit zowel Horizon 2020 als vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). In de eerste helft van 2014 zal de Europese Commissie een gids publiceren die uiteenzet hoe de koppeling met meerdere financieringsbronnen gemaakt kan worden. 

Bij de berekening van de toewijzing van de omvang van cohesiegeld per lidstaat heeft de Europese Commissie voorgesteld om rekening te houden met onder andere de omvang van de bevolking, de werkloosheid, het onderwijsniveau en de bevolkingsdichtheid. Hieraan zijn in de onderhandeling twee nieuwe elementen toegevoegd: netto inkomen per capita en de cijfers betreffende vroegtijdig schoolverlaten. Nederland kan hierdoor met een hoog inkomen en een relatief laag aantal vroegtijdige schoolverlaters een significante daling van de ESIF-toewijzing verwachten. De laatste berekeningen laten voor de Nederlandse toewijzing een daling van ruim 35% zien: van bijna € 1,7 miljard voor de periode 2007-2013 naar € 1,1 miljard voor de komende zeven jaar. Dit bedrag zou voor de helft bestaan aan middelen voor het Europees Sociaal Fonds (ESF) en voor de andere helft aan EFRO. Het budget voor de grensoverschrijdende samenwerking, de oude INTERREG-programma’s, zal overigens verdubbelen: van een kleine € 250 miljoen naar ongeveer € 500 miljoen.

Over meer dan 90% van het wetgevende pakket van het Cohesiebeleid bestaat nu een akkoord. Met betrekking tot twee thema’s staan het Europese Parlement en de Raad lijnrecht tegenover elkaar. Het betreft de prestatiereserve en de macro-economische conditionaliteit. Mocht er voor oktober geen akkoord komen op de nog openliggende thema’s, dan kunnen de nieuwe Cohesieprogramma’s overigens gewoon van start gaan op 1 januari 2014. Het enige probleem dan is dat er nog niet kan worden overgegaan op de daadwerkelijke uitbetaling.

Terug naar overzicht