Nieuws

jul
1

Aanvullende SPUK voor infrastructuur en mobiliteitspakket

De wijziging heeft tot doel de regelingen te actualiseren en aan te vullen door het opnemen van bepalingen die voorzien in de behandeling van financiële tekorten bij de realisatie van bovenplanse infrastructuur respectievelijk van mobiliteitsmaatregelen.

Beide regelingen voorzien in het verlenen van specifieke uitkeringen (SPUK's) aan gemeenten en openbare lichamen (ontvangers) om de uitvoering van bovenplanse infrastructurele voorzieningen en mobiliteitsmaatregelen te ondersteunen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van woningbouwprojecten. Hierbij is gebleken dat soms de geraamde kosten van de uitvoering kunnen afwijken van de uiteindelijke kosten, waardoor er financiële tekorten ontstaan ten opzichte van het oorspronkelijke budget.

Met de nu gepubliceerde wijziging wordt het mogelijk gemaakt om, indien middelen zijn vrijgevallen, op aanvraag van de ontvanger een aanvullende specifieke uitkering toe te kennen ter dekking van een aantoonbaar financieel tekort bij de realisatie van de betreffende infrastructurele voorzieningen of mobiliteitsmaatregelen. Daarnaast worden enkele technische aanpassingen doorgevoerd zoals verduidelijking van de bepalingen over de compensabele btw.

Indien zich tijdens de uitvoering van de bovenplanse infrastructurele voorzieningen of van mobiliteitsmaatregelen een financieel tekort voordoet, kan worden verzocht om de specifieke uitkering te verhogen zoals ook opgenomen in het Plan van Aanpak Beheersing programma Woningbouw en Mobiliteit. Dit is echter alleen mogelijk wanneer eerder toegekende middelen zijn vrijgevallen.

Voordat een verhoging van de rijksbijdrage wordt overwogen, wordt het proces doorlopen zoals beschreven in het Plan van Aanpak Beheersing programma Woningbouw en Mobiliteit. Hierin zijn de volgende principes opgenomen in geval er sprake is van tekorten:

  • het optimaliseren binnen gewenste scope en budget;
  • indien geen gewenst effect, het aanpassen van de scope (binnen budget);
  • het faseren, uitstellen of stopzetten van het project;
  • het programmatisch faseren van de projectenportefeuille in de grootschalige woningbouwlocaties.

Bij de beoordeling of bovenstaande principes voldoende zijn verkend en toegepast, wordt een expert ingezet en wordt advies gevraagd aan het gebiedsteam. Het gebiedsteam bestaat uit de inhoudelijk betrokken onderdelen van de ministeries van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en heeft als taak om de samenhang van afspraken tussen Rijk en regio te borgen in relatie tot de inzet woningbouw en mobiliteitsmiddelen voor infrastructurele maatregelen ten behoeve van woningbouw.

Het gebiedsteam vormt een belangrijke schakel in de samenwerking tussen Rijk en regio door hulpvragen en processen te coördineren en de verbinding tussen project en programma te vergroten. Uiteindelijk wordt op basis van het advies van het gebiedsteam een advies opgesteld dat wordt voorgelegd aan de directeuren van het programma Woningbouw en Mobiliteit (van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) in het Directeurenoverleg Woningbouw en Mobiliteit.

Terug naar overzicht