Nieuws

mei
1

Aanpassing en openstelling Energie-efficiëntie glastuinbouw

Nieuwe en aangepast subsidiemogelijkheden
Ten eerste is de lijst met apparatuur, installaties of machines waarvoor subsidie kan worden aangevraagd aangepast. Enkele onderdelen zijn uitgebreid en er zijn nieuwe subsidiemogelijkheden opgenomen.

De volgende onderdelen zijn gewijzigd:

  • onderdeel c. (de fysieke aansluiting op een biogas- of kooldioxide-netwerk of -cluster): in dit onderdeel wordt nu onderscheid gemaakt tussen verschillende sub-maatregelen, te weten: (1) de fysieke aansluiting op een externe productielocatie/netwerk voor gasvormig biogas, (2) de fysieke aansluiting op een externe productielocatie/netwerk voor gasvormig kooldioxide, of (3) de fysieke aanleg van een kooldioxide ontvangst installatie voor vloeibare CO2. Door de drie onderdelen apart te zetten, die in één maatregel staan, kan het maximale subsidiabele bedrag worden opgenomen per onderdeel en wordt hierin investeren aantrekkelijker;
  • onderdeel d. (kaswarmteterugwinning door ontvochtiging en luchtbehandeling): de beschrijving van deze techniek zoals deze van toepassing was bij voorgaande openstellingen was breed en bood de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor diverse systemen, variërend van simpel tot zeer geavanceerd. Naar aanleiding van signalen uit de sector en op basis van adviezen van experts is de regeling aangepast, zodat deze meer ruimte biedt om subsidie te verstrekken voor luchtbehandelingssystemen met relatief hoge investeringskosten en grote besparingsmogelijkheden, die op korte termijn implementeerbaar zijn en een besparing opleveren voor energiezuinige ontvochtiging van kaslucht. Op basis van de genoemde adviezen is de techniek ten behoeve van effectief gebruik van subsidies verdeeld in vijf categorieën, waarvoor verschillende terugverdientijden en technische eisen zijn vastgesteld;
  • onderdeel  f. (ophogen bestaande kas in combinatie met twee energiebesparende maatregelen): het ophogen van de kas was al subsidiabel, maar dit was aanvankelijk in combinatie met een energiescherm en verdekken met diffuus glas met tweezijdige AR-coating. Dit laatste bleek niet standaard gebruikt te worden bij het vernieuwen van het kasdek en in de praktijk een investering die zelden of nooit tezamen met het ophogen van de kas werd gedaan. Door de wijziging van deze maatregel blijft er een combinatie met twee andere energiebesparende maatregelen voorgeschreven, maar de keuze hierin wordt nu vrijgelaten.

De volgende onderdelen zijn nieuwe opgenomen:

  • onderdeel h. (vervanging van alle aanwezige (gloei)lampen door LED-belichting specifiek voor verlenging van de daglengte in bestaande kassen): deze subsidie is niet bedoeld om over te schakelen naar LED-belichting als groeilicht, maar specifiek bedoeld voor verlenging van de daglengte in bestaande kassen. Voor de LED-belichting mag geen aanpassing van de installatie worden gesubsidieerd;
  • onderdeel i. (nieuwbouw met of vervanging van glas op het kasdek door glas met voorgeschreven hemispherische lichttransmissie of voorgeschreven Hortiscatter-waarde, dubbelglas of low e-glas): deze nieuwe subsidie stimuleert ander glas dan standaard glas dat meer isolerend is en warmte binnen houdt om zo energie te kunnen besparen. Tegelijkertijd blijft er voor de teelt voldoende buitenlicht beschikbaar om te kunnen telen. In de praktijk beslaat deze maatregel drie aparte vormen kasbedekking: (1) glas met een voorgeschreven hemispherische lichttransmissie, (2) dubbelglass, (3) low e-glass;
  • onderdeel j. (uitbreiding van het verwarmend oppervlak door de kas geschikt te maken voor lage temperatuurwarmte eventueel in combinatie met koude door: 1°. uitbreiding van het interne verwarmingssysteem in de kas met een laag temperatuurnet; 2°. investeringen om het laagtemperatuurnet aan te sluiten; of 3°. het beschikbaar maken van lage temperaturen binnen de glastuinbouwonderneming voor het laagtemperatuurnet in de kas); met deze subsidie wordt het verwarmend oppervlak in de kas vergroot, bijvoorbeeld door meer verwarmingsbuizen te installeren of buizen met een grotere diameter;
  • onderdeel k. (fysieke aansluiting door middel van koppeling van een elektriciteitskabel met toebehoren aan een duurzame productielocatie van elektriciteit buiten de eigen erfgrens met het interne elektranetwerk van de glastuinbouwonderneming): deze nieuwe maatregel stimuleert elektrificatie van de glastuinbouwsector door middel van duurzame elektriciteit binnen de context van netcongestie.

Startdatum
Uit de praktijk blijkt dat bij afgelopen openstellingen investeringen ver in de tijd vooruit schuiven. Dit levert extra uitvoeringslasten op, daarnaast is het van groot belang dat bij een investeringssubsidie de daadwerkelijke subsidiabele activiteit spoedig wordt uitgevoerd. Daarom is gekozen voor een startdatum, waarbij rekening wordt gehouden dat bij nieuwbouwinvesteringen meer tijd nodig is voor het realiseren van de investering dan bij bestaande bouw.

Subsidie
De subsidie bedraagt per onderneming ten minste € 2500 per aanvraag en 20% van de subsidiabele kosten. Voor de volgende maatregelen geldt 20% subsidie:

  • een tweede of derde energiescherm: maximaal € 35.000 voor een kasoppervlak van 0,1 tot 2,0 hectare en maximaal € 210.000 voor een kasoppervlak vanaf 2,01 hectare;
  • fysieke aansluiting op een extern warmtenet of doorkoppeling: maximaal € 250.000 voor een aansluiting op een extern warmtenet en maximaal € 150.000 voor een doorkoppeling tussen kassen;
  • fysieke aansluiting op een biogas- of kooldioxide-netwerk: maximaal € 100.000 voor biogas, € 75.000 voor gasvormig CO2 en € 50.000 voor een installatie voor vloeibare CO2;
  • hogedrukvernevelingsinstallatie: maximaal € 100.000;
  • LED-belichting ter vervanging van SON-T: maximaal € 500.000;
  • vervanging van gloeilampen door LED voor daglengteverlenging: maximaal € 75.000.

Verder bedraagt de subsidie 30% van de subsidiabele kosten voor de onderstaande maatregelen (deze verhoging van het subsidiepercentage is bedoeld om investeringen in kapitaalintensieve maatregelen met een lange terugverdientijd en/of een significant energiebesparingspotentieel te stimuleren):

  • kaswarmteterugwinning door ontvochtiging en luchtbehandeling: de maximale subsidie is per specifieke techniek vastgesteld:
    • aanzuiging van droge (buiten)lucht of lucht uit het bovenste deel van de kas: maximaal € 250.000;
    • aanzuiging van droge (buiten)lucht met een lucht/lucht warmtewisselaar: maximaal € 525.000;
    • koelen, drogen en naverwarmen van kaslucht met een warmtepomp: maximaal € 225.000;
    • koelen, drogen en verwarmen van kaslucht met een warmtepomp en dag/week buffer: maximaal € 600.000;
    • koelen, drogen en naverwarmen van kaslucht met een warmtepomp en seizoenbuffer (WKO): maximaal € 600.000.
  • ophogen van een bestaande kas: maximaal € 600.000;
  • nieuwbouw met of vervanging van glas op het kasdek: maximaal € 600.000;
  • uitbreiding van het verwarmend oppervlak voor lage temperatuurwarmte: maximaal € 350.000;
  • fysieke aansluiting op een duurzame elektriciteitslocatie: maximaal € 450.000.

Openstelling en plafond
De openstelling loopt vanaf 8 september 2026 tot en met 24 september 2026. Voor deze openstelling is een subsidieplafond van € 30 miljoen vastgesteld.

Terug naar overzicht